Lieve Romy

Afbeelding

Sorry dat ik er niet bij was vandaag. Ik kon het niet. Ik kan een smoes verzinnen, maar die heb ik niet. Ik zag het gewoon niet zitten om naar Zandfoort aan de Eem te gaan. Het is normaal gesproken een prachtige lokatie daar niet van, maar ik kon het gewoon niet. Al die verdrietige gezichten, de tranen op de gezichten van allen die je dierbaar waren, al die verhalen over jou, over je leven. Ik kon het niet.

Weet je Romy. Ik heb je altijd al een bijzonder meisje gevonden. Je was geen doorsnee kind, dat bleek al gauw. Je had fantastische verhalen en hield er van om in het middelpunt te staan. Ik zie je nog staan tijdens de eindmusical van groep acht. Je straalde! En weet je nog, toen je samen met je klasgenoten de wijkkrant “Kruiskop” rondbracht? Je vertelde na afloop enthousiast dat je ergens had aangebeld omdat je zo nodig moest plassen. Je maakte er een hilarisch verhaal van. 

Vorige week zaterdagavond hoorde ik dat je was overleden, ik heb bijna de hele zondag aan je gedacht en mijn tranen zaten hoog. Ik schreef een blog over je, over wie je was en hoe je dood bent gegaan. Iemand was bang was dat mijn blog te hard zou overkomen en mailde me daarover. Ik heb het toen weggehaald want ik wilde niemand kwetsen, maar weet je, dood ís hard. Helemaal wanneer het gaat om een meisje zoals jij. Dertien jaar is geen leeftijd waarop je dood hoort te gaan, al helemaal niet na een astma-aanval.

Vandaag heb ik veel aan je gedacht, maar echt fysiek afscheid van je nemen kon ik niet. In plaats van naar je uitvaart te gaan ben ik een eind gaan lopen in Hoogland-West. Potverdorie Romy, je leven was intens maar veel te kort. Daar past maar één woord bij; Klote!

 

Advertenties

Droom

Als 11-jarig meisje droomde ik er van om later een hoofdrol te spelen in een musical. Hoewel, het ging mij niet om een hoofdrol, ik wilde er gewoon mijn beroep van maken! Het leek me geweldig om weken te repeteren;  zingen, dansen en toneelspelen en dan aan het eind van zo’n intensieve periode een paar voorstellingen te geven.

Op de lagere school deed ik voor het eerst mee aan een musical; ik speelde de huishoudster van een geleerde professor en zong een solo. Ik ken het liedje nog steeds. Op de middelbare school -het Jan Brugman College in Bolsward-  werd er geen musical opgevoerd, daar deed ik mee aan cabaret. Dat was traditie op deze school. Ik had het er druk mee, tentamens kwamen soms wel een beetje in de verdrukking, maar ach. Ook daar zong ik een paar nummers en mocht ik het slotlied zingen, het refrein werd meegezongen door de zaal.”Jan Brugman, vijf eeuwen later, wordt je college, echt een theater….” We deden zelfs mee aan een cabaretfestival. Verder dan de voorrondes kwamen we niet, maar het was een geweldige ervaring. Toen ik 18 was heb ik de inschrijfpapieren van de Kleinkunst Academie in Amsterdam opgevraagd, maar -schijtert die ik was- ik heb ze nooit terug gestuurd. Ik durfde niet. In plaats daarvan ging ik naar de School voor Journalistiek.

Ondertussen bleef het toch kriebelen. Nadat ik terugkwam uit Australië deed ik in Rotterdam auditie voor “De Onwijze Kater”. Ik moest over de vloer rollen, me inleven dat ik een kat was en natuurlijk moest ik ook wat zingen. Het lukte; ik zat in het ensemble!  We stonden uiteindelijk een paar avonden in het -nu inmiddels oude- Luxortheater.Afbeelding

Afbeelding

Toen ik later naar Hilversum verhuisde kwam ik terecht bij Stichting Karakter en LIZ uit Utrecht. Hoe ik mijn hersens ook pijnig; ik weet niet meer hoe ik daar beland ben. Misschien kwam ik ze wel tegen bij Radio M Utrecht en heb ik daarna auditie gedaan. Bij LIZ zat ik een paar keer in het ensemble maar bij Karakter kreeg ik -tadadaaa- een hoofdrol. Typisch type-casting; ik mocht Baloe de Beer spelen in het Junglebook. Ahum. Het was leuk, maar om nu te zeggen dat het niveau hoog was…..

Nu dacht ik van de week; de kinderen zijn weer wat groter, ik houd nog steeds van zingen, en wie niet waagt die wint ook nooit.  In de krant zag ik een oproep van een musical-gezelschap uit Amersfoort. “Nieuwe leden Totaal welkom”. Mijn hart begon wat sneller te kloppen. Dit kon geen toeval zijn.

Afbeelding

Hebben ze alleen plaats voor vrouwen in de leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar en mannen vanaf 18 jaar. Overkomt mij weer; ik ben te oud! Of van de verkeerde sekse…

Digibeet? Digibeter!

Afbeelding

“Toen moest ik zo’n balkje naar beneden krijgen en eerst lukte dat niet”, buurman Atze zit bij ons op de bank en vertelt hoe hij aan het worstelen was met het digitaal invullen van een formulier voor de belasting. “Even later drukte ik op een knopje en toen was alles weg! Het hele scherm was leeg…..”. Atze neemt een slokje van zijn wijn. “Uiteindelijk kon ik de pagina weer terugvinden. Ik weet helemaal niet hoe dat is gelukt, maar gelukkig kon ik verder. Maar ja, toen las ik dat ik mijn digicode moest invullen”. Een diepe zucht ontsnapt uit zijn keel. “De eerste keer stond er dat het niet het juiste wachtwoord was dus toen heb ik het nog maar een keer ingevuld. Na de tweede keer stond er dat ik het weer fout had gedaan en dat ik minstens een kwartier moest wachten tot ik opnieuw mijn wachtwoord kon intikken. Nou, toen heb ik maar een appeltje gegeten, samen met Basje de cavia”. Marcoen en ik kunnen onze lach niet onderdrukken. Wat een prachtig verhaal. Atze die bijna niets begrijpt van computers doet het toch maar mooi helemaal zelf. Hij vertelt nog meer; over hoe hij steeds meer ging zweten en dat hij iets had gedownload, maar dat hij eigenlijk helemaal niet wist wat dat nou inhield. Hij vertelde dat hij snel alle getallen op een papier had geschreven voor het geval het toch mis zou gaan en dat hij zich ineens herinnerde dat bij het wachtwoord nog een punt moest. “En uiteindelijk is het gewoon gelukt!”. Atze straalt van trots. “Nadat ik klaar was ging ik koffie drinken bij mijn dochter en heb meteen gezegd dat ik haar voortaan wel kon helpen. Ik draai er mijn hand niet meer voor om”. Atze kijkt ons olijk aan. Wij worden helemaal enthousiast; wat een topbuurman hebben we toch. 84 jaar, geen verstand van computers, maar toch doorzetten. Makkelijker kunnen ze het niet maken, maar voor Atze hoeft dat ook helemaal niet!

Afbeelding

Kwart Eeuw

Afbeelding

“Ja, joh…we bellen gewoon aan”. Carmen loopt kordaat naar voren en ik loop met haar mee. Achter ons staan Ilja en Elsa te giechelen; “Je kunt wel zien dat wij geen journalisten zijn”, hoor ik achter me. Ik lach met hen mee. Het zal ons toch niet gebeuren dat we weer vertrekken uit Zwolle zonder een foto van ons in de deuropening van Molenweg 51! 

Carmen belt aan en een aardige man doet open. “Hallo meneer, wij hebben 25 jaar geleden in dit huis gewoond, kijk maar….” Op haar telefoon zoekt Carmen de foto die 25 jaar geleden gemaakt is door een klasgenoot. Wat waren we nog jong toen! 18, 19 jaar waren we, ons hele leven lang nog voor ons. We studeerden aan de School voor Journalistiek en woonden een paar jaar samen in dit huis.

“Vandaag vieren we 25 jaar vriendschap”, zo legt Carmen uit. De man kijkt geïnteresseerd naar de foto en vertelt ons van alles over het huis. De badkamer is inmiddels niet meer groen, de mooie glas-in-lood-ramen heeft hij er zelf in laten zetten en het kleine dakraampje is inmiddels vervangen door een groter exemplaar. Even later poseren we weer in de deuropening. Vijfentwintig jaar ouder, maar zo voelt het helemaal niet. Het is het begin van een heerlijke middag…

Afbeelding

Afbeelding

Hier word ik blij van!

Afbeelding

Elke dag rijd ik er langs met mijn fiets; het mini-plantsoentje aan de Van Galenstraat, schuin tegenover de  Michaëlschool. Voor de Amersfoorters: het tuintje naast de steeg die tussen de Van Galenstraat en de Kruiskamp loopt. 

Een maand geleden was het nog één woestenij. Het leek op een afvalberg met daaronder wat struiken. Er lagen blikjes, plastic zakken, lege flessen, lege sigarettenpakjes…je kon het zo gek niet verzinnen.

Op een ochtend zag ik een aantal mannen aan het werk. De struiken werden uit het plantsoen gehaald en afgevoerd. Een paar dagen later stonden er ineens narcissen en roosjes. Weer wat later bleken er nog veel meer kleurige planten te staan. Inmiddels is er ook een stenen paadje aangelegd en…wat ik geweldig vind; er ligt geen rommel meer. Als er onverhoopt een blikje in de donkere aarde blijft liggen is die de volgende dag foetsie. Afbeelding

Nu ben ik nieuwsgierig wie de drijvende kracht is achter dit nieuwe tuintje. Het moet iemand zijn die hart voor de zaak heeft. Iemand die er veel tijd en energie in steekt. Iemand die in oplossingen denkt; let maar eens op de bijzondere manier waarop de planken en stokjes aan elkaar zitten. Komen de plantjes uit het buurtbudget? Heeft de gemeente dit gesponsord of is het eigen initiatief? Ik ga op onderzoek uit, want de initiatiefnemer verdient wat mij betreft een lintje.

Afbeelding