Buurvrouw Bets

AfbeeldingMaandagochtend, half acht. Ik lees de regio-editie van het Algemeen Dagblad. Ik sla de pagina om en bekijk vluchtig de rouwadvertenties. Ineens stop ik even met ademhalen. “Het is niet waar”, is mijn eerste gedachte. En daarna denk ik meteen; “zaterdag zag ik haar toch nog lopen?”. Ik roep Marcoen en vertel hem dat onze buurvrouw Bets is overleden. Ook hij is geschokt.

Ineens bedenk ik me dat ik gistermiddag onze straat uitliep richting de Eemhaven en dat ik het al zo druk vond bij mijn overburen binnen. Een jonge vrouw stond met een ernstig gezicht op de stoep te bellen. Nu begrijp ik waarom…. Mijn buurvrouw Bets. Dit hadden we niet verwacht. Het is ook bijna niet te bevatten.

Bets hoort gewoon in de Kruiskamp; ze hoort tijdens zwoele zomeravonden op haar stoel voor het huis te zitten samen met haar man Flip. Ze hoort op haar brommertje naar de supermarkt te rijden en ze hoort met de krant in haar hand vier huizen verder te lopen om hem daar door de bus te doen. Verdorie. Weer is een echte markante Kruiskamper overleden. Na Gerrit ga ik ook Bets missen. Het moet nu maar even stoppen.

Kris en Lisanne

(AD 27-06-2014)

Afbeelding

Tranen springen in mijn ogen. Ik lig in bed en ben net wakker geworden door de wekkerradio. Tijdens het nieuws valt de naam Kris Kremers; het is duidelijk dat ook zij niet meer leeft. Langzaam biggelt een traan over mijn gezicht. Ik veeg met mijn hand de traan weg. Het is raar om te huilen om de dood van twee meiden die ik eigenlijk helemaal niet ken.

Tot begin april had ik nooit van Kris en Lisanne gehoord, kende ik hen niet. Door de interviews met hun ouders, de verhalen in de krant en de aandacht op televisie kreeg ik steeds meer een beeld van wie ze waren. Dat ze uit Amersfoort komen zorgt ervoor dat ze nog dichterbij kwamen. Het lijkt wel of bijna iedereen op de één of andere manier gelinkt is aan hen. Zo zat Lisanne op de school waar mijn dochter nu zit en kent een collega een vriendin van Kris.

Kris en Lisanne; twee meiden in de bloei van hun leven. Het brengt me terug naar september 1992. Mijn vriendin Elsa en ik gingen na onze studie Journalistiek samen naar Australië. We hadden dezelfde leeftijd als Kris en Lisanne Met onze rugzakken om, gezonde spanning in ons lijf en onze familie om ons heen namen we afscheid op Schiphol. Ruim elf maanden later kwamen we weer terug, vol verhalen. We reden met een oud VW-busje door de woestijn, doken tussen de haaien in zee en wandelden door prachtige natuurgebieden. We kwamen bijzondere mensen tegen en werden volwassen. Kortom: we hadden de reis van ons leven gemaakt.

De familie van Kris en Lisanne hebben hun dochters waarschijnlijk ook uitgezwaaid op Schiphol, niet wetend wat voor verschrikkelijke tijd voor hen zou aanbreken. Van het moment dat duidelijk werd dat de meiden niet terug waren gekomen in hun hostel tot het moment dat de ergste nachtmerrie waarheid bleek. Bijna drie maanden in onzekerheid leven, het is gewoon niet voor te stellen.

Stel dat Pien over een jaar of tien thuis komt met het idee om te gaan reizen met haar vriendin. Dat ze vol enthousiasme vertelt over de tocht die ze wil gaat maken. Ik hoop dat ik dan positief kan reageren, net zoals mijn moeder destijds deed. Ik hoop dat ik mijn dochter dan los kán en los dúrf te laten. Eén ding weet ik zeker. Wanneer ik mijn dochter uitzwaai op Schiphol zal ik altijd even denken aan Kris, Lisanne en aan hun ouders.

Struinen 2014

Image

Moe maar voldaan zit ik op de bank. Vandaag hadden we een feestje. Niet een gewoon feestje, nee…Struinen in de Tuinen. Een initiatief van een stel Amersfoortse jongeren. In heel Amersfoort stonden 85 tuinen wagenwijd open en in elke tuin traden mensen op. Soms alleen, soms met een koor of een band. Wij hadden geluk; singer-songwriter Colin van de Weteringh trad op bij ons. Zang en gitaar, akoestisch. Het was prachtig. Drie keer een half uur. Tussendoor schonk ik koffie in, haalde ik een witte wijn uit de koelkast, of opende ik de deur voor laatkomers. Bij de laatste sessie zat ik zelf ook echt in het publiek en merkte ik ineens dat ik tranen had in mijn ogen. Kwam het door zijn prachtige stem, de mooie teksten of het feit dat onze tuin vol zat met bekende en onbekende mensen? Ik weet het niet en eigenlijk kan het me ook niet schelen ook. Het was in ieder geval een mooie dag met bijzondere ontmoetingen en ik ben blij dat Marcoen zo’n dag net zo leuk vindt als ik.

Tweestrijd

(AD 20-06-2014)

Geen straat vol wapperende oranje vlaggen tijdens dit WK. Geen hinderlijk geklepper van plastic vlaggetjes in de wind onder mijn slaapkamerraam. Het is stil in onze straat Kruiskamp. Hier en daar is er wat versiering aangebracht, maar pas vanaf de kruising met de Van Brakelstraat richting de Turkse supermarkt hangen meters vlaggetjes met Hollandse leeuwen erop. Jaren geleden was dat wel anders. Eén van de buren, bij mij bekend onder zijn artiestennaam DJ-Stamper, ging samen met een andere buurman met een ladder langs de huizen. Eerst belden ze aan om toestemming te vragen of er vlaggetjes mochten hangen en als het antwoord positief was ging één van hen de trap op. Er werden vlaggetjes bevestigd aan de muur en dan gingen ze weer met zijn tweeën naar de overkant van de straat. Trap op, trap af. Een soort ‘buurman en buurman’ waren het; ze zeiden nog net geen ‘a je to’ tegen elkaar.

Ook ik gaf hen toestemming, maar eigenlijk had en heb ik niets met voetbal. De eredivisie kan me niet boeien en op zondagavond doe ik altijd mijn eigen ding terwijl meneer Enzofoort de samenvattingen bekijkt. Ik vind het spel niet interessant, erger me aan de bedragen die er in omgaan en ben – tijdens EK’s of WK’s- allergisch voor oranje hamsters, wuppies of juichpakken. Tijdens de eerste wedstrijd tegen Spanje heb ik staan strijken. Aan het gejuich bij de buren kon ik het aantal doelpunten aflezen.

Afgelopen woensdag heb ik mezelf overtroffen door daadwerkelijk met het hele gezin voor de televisie te zitten en interesse te tonen. Zoon Teun haakte halverwege al af en ook dochter Pien kon de anderhalf uur niet volhouden. Mij lukte het nog net. Na afloop hoorde ik wat getoeter buiten, maar dat was het. Geen wapperende vlag van overbuurman Gerrit zoals twee jaar geleden, een vlag die overigens na twee dagen al gestolen werd. Geen buurtgenoten die samen op straat de wedstrijd nog eens doornemen. Stilte in de Kruiskamp. Het lijkt wel een tendens te worden en -ik durf het bijna niet toe te geven- het voelt het wat leeg. Wat ik nooit had verwacht; ik mis de wapperende vlaggetjes, ik vind het te stil op straat! Tijdens de rommelroute vorige week werd de Kruiskamp weer een beetje de straat zoals die een aantal jaren geleden was; we kwamen onze huizen uit en we kletsten weer met elkaar. Dat saamhorigheidsgevoel zou ik wel weer terug willen. Misschien ga ik vandaag toch nog op zoek naar wat vlaggetjes.

Image

Kruiskamper Gerrit had twee jaar geleden zijn vlag per ongeluk ondersteboven gehangen. Dit jaar hangt er niets.

Jaloers

(AD, 13 juni 2014)

Image

Ik zal het maar toegeven. Ik ben jaloers! Jaloers op al die mannen en vrouwen die aanstaande zondag op het Eemplein aan de start staan van de Marathon van Amersfoort. Dan gaat het niet alleen om de mensen die een hele of halve marathon lopen. Nee, ik kijk al vol afgunst naar de mensen die ‘de vijf’ doen. Twee jaar geleden liep ik die afstand zelf nog, samen met collega’s. Het nummer “Dansen op de vulkaan” van de Dijk sleepte me door de kilometers want dat nummer had precies het juiste tempo en energie. Maandenlang had ik er naar toe geleefd; ik had getraind, clinics gevolgd via mijn werk, blessures overwonnen en op de dag zelf heb ik gelopen als nooit tevoren. Daarna had ik zo’n pijn in mijn lichaam dat ik mijn loopschoenen achterin de kast heb gesmeten.

Twintig maanden later -en een kledingmaat extra- heb ik ze daar weer uitgevist. De reden? Meneer Enzofoort merkte op dat ik wel wat chagrijniger leek sinds ik niet meer hardliep, en ik moet eerlijk zeggen; hij had gelijk! Ik ben naar een sportschool gegaan en ben langzaam weer begonnen. Eerst met wat oefeningen voor de balans, want die was op alle fronten ver te zoeken. Ik ontdekte weer waar mijn buikspieren zaten en ik trainde mijn beenspieren op de hometrainer. Voor het fietsen draaide ik mijn hand niet om, want fietsen doe ik dagelijks, maar dat lopen… Voor het eerst van mijn leven liep ik op een loopband; dat was een compleet nieuwe ervaring. Lopen zonder dat de omgeving verandert heeft wel iets saais. Eerst oefende ik met een flink tempo met wat hellingen erin, maar na een paar weken ging het wandelen over in hardlopen. Ik voelde me een olifant met hyperventilatie zo liep ik te stampen en te zuchten. ,,Je tempo is te laag”, was de reactie van Rob, één van de begeleiders. Ik keek hem aan alsof ik water zag branden maar na zijn uitleg begreep ik het. Door harder te lopen land ik meer op mijn middenvoet waardoor het rennen minder zwaar is voor mijn lichaam. Sinds dat advies probeer ik een hoger tempo, wat inderdaad beter voelt.

Helaas ben ik te laat begonnen om nog aan te sluiten bij het evenement zondag en daar baal ik van. Volgend jaar wil ik zelf aan de start staan. Gewoon vijf kilometer rennen, dat moet toch geen onmogelijke opgave zijn? Het begin is er. Nu nog op zoek naar wat doorzettingsvermogen…

Leren Jas (deel 3)

“Hoe zit het nou met die jas die je hebt gevonden? Is hij inmiddels opgehaald?”. Mijn collega vroeg het me terwijl we na een vergadering weer naar buiten liepen. “Nee! Belachelijk toch?”, was mijn antwoord. Even mijmerden we over wat er gebeurd had kunnen zijn. Want voor de mensen die mijn blogs over de jas niet hebben gelezen; ik heb 19 mei een leren jas gevonden op een fietspad in Amersfoort. Via intensief speurwerk kon ik de eigenaar achterhalen. Ik heb hem uiteindelijk kort aan de telefoon gehad, hij zei dat hij langs zou komen en verder heb ik niets meer van hem gehoord. Gisteren heb ik nog een berichtje gestuurd;

Image

Dit is dus echt de allerlaatste keer dat ik een poging doe om hem de jas terug te geven.

Ik heb nagedacht wat er aan de hand kan zijn en ben benieuwd wat jullie de meest aannemelijke optie vinden.

A: Peter heeft de jas van zijn moeder gekregen maar vond hem eigenlijk helemaal niet mooi. Op een dag bond hij hem onder de snelbinder van zijn brommer en op de Kattenbroekerweg liet hij de jas opzettelijk vallen in de veronderstelling er voor altijd af te zijn.

B: Peter heeft de jas gestolen, kreeg last van zijn geweten, dumpte de jas op het fietspad en is blij dat hij hem niet meer heeft. Hij baalt dan ook dat ik hem door intensief journalistiek speurwerk op het spoor ben.

C: Peter is dol op de jas maar hij is ook een beetje bang voor doortastende vrouwen en durft de jas niet op te halen.

D: Peter heeft ontdekt dat ik in de wijk Kruiskamp woon, is op de hoogte van de reputatie van deze wijk en durft de jas niet op te halen.

E: Peter heeft geen geld meer voor benzine en kan dus niet op zijn brommer komen om de jas op te halen. Fietsen, daar heeft hij geen zin in.

F: Peter heeft last van zijn geheugen (ik vond wiet-vloeipapier in een van de zakken) en weet niet eens meer dat hij een winterjas had.

G: Peter zijn beltegoed is op en hij is mijn adres vergeten. Hij zit nu elke avond te wachten op een telefoontje van mijn kant zodat ik voor de derde keer door kan geven waar ik woon.

H: iets anders…..

Ik ben benieuwd wat jullie denken. Wie weet leest Peter mijn blog wel en kan hij zelf antwoord geven. Ik beloof hem dat ik zijn volledige naam en adres niet bekend zal maken en zijn privacy zal respecteren.

Romeo & Julia

(Column AD 30 mei)

Image

,,Heb jij die jongen en dat meisje de laatste tijd nog gezien in de poort?”, ik vraag het mijn zoon terwijl ik de boodschappen uitpak en op het aanrecht zet. ,,Nee….”, antwoordt hij ,,al een paar weken niet, denk ik”. Teun pikt een muntdropje uit de zak die ik net heb opengemaakt. ,,Ik ook niet”, vervolg ik. ,,Wat zou er aan de hand zijn….?”. Teun haalt zijn schouders op en loopt naar de televisie in de huiskamer.

Terwijl ik de melk in de koelkast zet denk ik terug aan de eerste keer dat ik het verliefde stel zag. Het zal in oktober of november zijn geweest. Ik reed met mijn fiets de poort achter de Kruiskamp in en zag hen staan. Hun gezichten kon ik niet goed zien; ik zag eigenlijk alleen maar de prachtige donkere krullenbos van het meisje. Ze stond met haar rug naar mij toe. Ze had stoere gympen aan en een strakke spijkerbroek. De jongen zoende haar. Hij was iets groter dan zijn vriendinnetje maar ik kon alleen zien dat zijn gitzwarte haar hip omhoog stond met wat gel. Ergens vond ik het vervelend dat ze er stonden. Ik kende hen niet en dacht aan mijn eigen kinderen. Zouden zij het niet vervelend vinden om langs zo’n verliefd stelletje te moeten fietsen?

De keer daarop was het aan het regenen en stonden ze helemaal in het hoekje en onder de dakgoot. Ik knikte vriendelijk, de jongen keek me ondeugend aan en zei ,,Goedemiddag mevrouw”. Het meisje, een jaar of zestien, sloeg haar ogen neer en ze leek een beetje verlegen te worden. Nu kon ik hen wat duidelijker zien; wat een prachtig stel! Uiteindelijk waren ze niet meer weg te denken uit de poort.

De herfst ging over in de winter, de jongen had inmiddels een beugel gekregen en het haar van het meisje groeide bijna tot haar billen. Haar gekleurde gympen waren vervangen door laarzen met bont. Nu is het alweer juni en bedenk ik me dat ik het stel al een tijd niet heb gezien. Is hun hartstochtelijke liefde inmiddels ook bekend bij wederzijdse ouders en mogen ze zoenen op hun eigen slaapkamer? Of was hun liefde verboden, is hun relatie uitgekomen en hebben ze huisarrest gekregen? Ik zwijmel een beetje door terwijl ik nog een dropje neem. In mijn gedachte noemde ik hen al die maanden ‘Romeo’ en ‘Julia’. Ik hoop alleen -met heel mijn hart- dat de liefdesgeschiedenis van dit stel beter afloopt!