Eens even kijken…

,,Bedankt en tot ziens!”, zeg ik terwijl ik de deur open duw en de Langestraat in loop. Het is zaterdagmiddag half vijf. ,,Wow…dat is wel even wennen”, denk ik. De wereld onder mij golft en ik voel me een beetje onvast op mijn benen staan. ,,Laten we maar een wijntje gaan drinken, want ik loop toch al alsof ik een paar borrels op heb”, zeg ik tegen meneer Enzofoort. Hij kijkt me lachend aan en we lopen richting de Hof. Ik beweeg mijn hoofd en kijk naar de winkels om me heen. Wat is dat raar, een nieuwe bril met varifocale glazen.Mijn oude bril beviel goed, totdat ik merkte dat ik ‘s ochtends steeds vaker mijn bril af moest zetten om de krant te kunnen lezen. Als ik hem op hield dansten de letters voor mijn ogen. Meneer Enzofoort wees me op het feit dat ik toch echt een nieuwe bril nodig had. Met varifocale glazen!

Een bril is een flinke uitgave, hij is nogal gezichtsbepalend en ik heb altijd last van keuzestress. Dat was de reden waarom ik de aanschaf zo lang mogelijk heb uitgesteld. Omdat ik de neiging heb om een montuur te kiezen dat verdacht veel lijkt op mijn vorige, had ik meneer Enzofoort twee weken geleden gevraagd om mee te gaan. Hij heeft meer oog op wat mij staat dan ik zelf. 
Na een paar donkergekleurde brillen pakte meneer Enzofoort voor de grap een rood montuur. Ik zette hem op en werd eigenlijk wel blij. Mijn huid leek minder grauw en het leek wel of mijn gezicht er vrolijker van werd. De opticien en meneer Enzofoort waren het daarmee eens. Om eerlijk te zijn denk ik dat de opticien het hoe dan ook wel eens zou zijn met mij, maar goed; de keus was gemaakt. En toen kreeg ik nog die vervelende ogentesten. Na een paar keer de vraag of ik ‘zo’ of ‘zo’ scherper zie weet ik het niet meer en heb ik het gevoel dat ik maar wat zeg.

In de twee weken dat ik moest wachten werd het mooie donkerrode montuur in mijn hoofd steeds rozer en lelijker. De opluchting was dan ook groot toen ik de bril op mijn neus zette en in de spiegel keek. ,,Hier kan ik wel weer een paar jaar mee toe”, zei ik. Ik pinde een flink bedrag, kreeg een bijpassende brillenkoker en brillendoekje mee en liep licht wankelend met meneer Enzofoort de winkel uit.

IMG_5402

Advertenties

Rumoer in de Kruiskamp

,,Hoor jij dat ook”, vraag ik aan meneer Enzofoort. Terwijl ik het zeg zet ik het geluid van de televisie zachter. Het 8 uur journaal is net afgelopen. Terwijl meneer Enzofoort naar de voordeur loopt om te kijken waar het lawaai op straat vandaan komt, dringt het ineens tot me door. ,,Het is vast die man van de brommobiel” zeg ik en meneer Enzofoort beaamt het. ,,Hij slaat de ruiten van zijn auto compleet in elkaar”, zegt hij. Ik pak mijn telefoon en bel 112. Dat advies had ik gekregen van Elbert Spek, onze wijkagent.Nadat ik adres en situatie heb doorgegeven loop ik naar buiten. Aan de overkant staat de brommobiel. Volkomen vernield. De ene na de andere buur komt naar buiten. De veroorzaker is verdwenen.

Het was rond Kerst toen ik het voor het eerst zag. Het leek wel alsof er ‘s avonds laat iemand in het wagentje lag. Eerst dacht ik nog dat het alleen een slaapzak was, maar toen de blauwe slaapzak bewoog bleek dat er echt iemand lag te slapen. ,,Die zal wel even geen slaapgelegenheid hebben”, dacht ik toen nog. Een paar nachten werden weken en ik werd er zelf licht depressief van. Elke keer wanneer ik naar bed ging deed ik het gordijn even opzij en dan zag ik hem liggen. Of eigenlijk zitten. Languit in zo’n klein autootje ging niet echt. De man, een jaar of dertig, bleek last te hebben van schizofrenie. Met medicijnen een prima vent, zo hoorde we van een bekende van hem, maar nu weigerde hij medicatie en had hij geen woonruimte meer. Zijn brommobiel was zijn enige bezit. Buurtgenoten boden hem een extra deken aan, maar dat aanbod sloeg hij af.

Toen er na twee weken nog niets was veranderd heb ik contact gezocht met de de wijkagent. Hij vertelde me dat de man geen hulp wilde en dat hij niets kon doen zolang de man geen gevaar vormde voor zichzelf of zijn omgeving. Mocht dat wel het geval zijn dan moest ik 112 bellen.

Nu is het dus zover. Terwijl de politie op zoek gaat naar de man, veegt meneer Enzofoort het glas van de straat. De schrik is groot. Zo gaat het dus. Wanneer is iemand een gevaar? Wanneer grijp je in? Hoe gaat het nu verder? Ik hoop van harte dat de man opgenomen wordt en gewoon weer in een bed slaapt de komende weken. Maar om eerlijk te zijn houd ik mijn hart vast…

IMG_5386

Ik ben Nienke

Een jaar of twaalf was ik. Ik verslond boeken over de Tweede Wereldoorlog en wist het zeker; wanneer ik destijds had geleefd was ik vast het verzet in gegaan. Boekjes drukken, persoonsbewijzen smokkelen….ik zag het mezelf al doen. Nu weet ik wel beter. Ik ben niet zo’n held en of ik tijdens een oorlog zo moedig zou zijn om met gevaar voor eigen leven anderen te helpen, daar durf ik geen gif op in te nemen. Sterker nog, ik denk dat ik het niet zou doen.

Op de één of de andere manier moest ik hier aan denken toen meneer Enzofoort en ik vorige week op het Lieve Vrouweplein stonden om te laten weten dat we solidair waren met de slachtoffers van de aanval op Charlie Hebdo. Zou ik daar ook heen gegaan zijn als ik de dreiging had gevoeld van een aanslag daar ter plekke? Ik denk het niet. Natuurlijk moeten we niet bang zijn, ons niet de mond laten snoeren door terroristen. Vrijheid van meningsuiting is immers een van de belangrijkste verworvenheden die we hebben en daar sta ik volledig achter. Maar eerlijk… Durf ik daadwerkelijk voor die vrijheid van meningsuiting actie te voeren, mijn leven te wagen?

Ik ben geen columnist met een vlijmscherpe pen. Provoceren en mensen tot in hun ziel kwetsen is nooit mijn bedoeling. In dat opzicht ben ik anders dan de cartoonisten van Charlie Hebdo. Ik wil wel prikkelen, herkenbare situaties schetsen, mensen aan het denken zetten. Stel dat ik toch bedreigd zou worden om columns die ik schrijf. Dat mijn kinderen genoemd worden in dreig-mails. Is die vrijheid van meningsuiting me dan die angst waard?

Ik kijk uit op de moskee in de wijk Kruiskamp. We zijn praktisch buren. Vanmiddag werd er weer opgeroepen tot gebed. Ik vertrouw er op dat de imam zijn gemeenschap oproept tot verdraagzaamheid. Ik hoop dat de Joodse leiders hetzelfde uitdragen richting hun gelovigen. Dat de pastoor en de dominee zondag hetzelfde doen in hun kerk. Ik hoop dat docenten op middelbare scholen hun leerlingen uitleggen wat verdraagzaamheid inhoudt. Sportcoaches het belang overbrengen op hun pupillen. Dat ouders het hun kinderen leren.

Geweld is nooit de oplossing. Gelukkig mag ik schrijven wat ik wil, maar ik zal dat nooit doen ten koste van alles. Voorlopig ga ik nog uit van het goede in de mens en ben ik blij dat wij in de meerderheid zijn. Ik ben Nienke, maar ik ben niet zo’n held.

IMG_3835

Mea Culpa

IMG_5182

De gemeentelijke nieuwjaarsreceptie? Ik ga er eigenlijk nooit naar toe. Verlegen ben ik niet, maar zo’n grote groep mensen bij elkaar ligt me niet zo. Meneer Enzofoort daarentegen gaat jaarlijks en vindt het echt leuk om kennissen en zakelijke partners te ontmoeten en samen het glas te heffen.

Omdat ik dit jaar in de jury zat van “Amersfoorter van het jaar”, en die persoon bekend zou worden gemaakt tijdens de nieuwjaarsreceptie, vond ik dat ik er niet onderuit kon. En daar gingen meneer Enzofoort en ik richting ‘de Nieuwe Stad’. Bekenden en minder bekenden schudde ik de hand. Omdat ik niet zo goed ben in gezichten ben ik altijd bang dat ik mensen niet herken en dat ik dan arrogant over kom. En ja hoor; een aardige man kwam naar me toe en wenste me een goed nieuwjaar. Ik zag iets bekends, maar wist even niet meer waarvan. Best gênant, helemaal toen ik er achter kwam wie het was, maar dat terzijde.

Burgemeester Bolsius hield een mooie speech waarin hij terugblikte op het afgelopen jaar en even later werd Cieka Galenkamp van de voedselbank verkozen tot Amersfoorter van het jaar 2014. Een prima keuze. Omdat meneer Enzofoort al naar huis was om te zorgen dat Pien op tijd naar bed ging, liep ik in mijn eentje door de mensenmassa om te kijken of ik nog bekenden zag. Verderop zag ik een collega. Ze stond te praten en ik wilde niet storen dus ik zwaaide even en liep door, mijn glaasje rode wijn in mijn handen.

Ineens draait een man zich om en stoot met zijn elleboog tegen mijn arm. De wijn in mijn glas vliegt naar rechts tegen het hoofd van een andere man. Ik kon wel door de grond zakken. Het was namelijk één van de best geklede mensen van de avond. Serieus! Hij had een prachtig zwart pak aan en een witte blouse. Nou ja, wit… wit met rood inmiddels. De wijn droop over zijn zwarte haren en via zijn linkeroor zo op zijn witte boord. Ik stamelde wat excuses, grabbelde in mijn tas naar een zakdoek en keek naar de veroorzaker van dit debacle. Deze man had zich gewoon weer omgedraaid en deed alsof er niets aan de hand was. Ondertussen veegde ik de wijn van het hoofd van mijn slachtoffer. Ik wil hem nogmaals mijn excuses aanbieden. Ik beloof hem dat ik de volgende keer witte wijn neem. Of een biertje. Of misschien blijf ik ook wel lekker thuis.

Een jaar om snel te vergeten!

IMG_5176,,Gelukkig Nieuwjaar”! Ik kijk meneer Enzofoort diep in zijn ogen en geef hem een zoen. ,,Jij ook”, zegt hij ,,en laten we hopen dat 2015 een beter jaar wordt dan afgelopen jaar”. ,,Ja, want dit was een klotejaar”, flap ik er uit. Buiten knalt het vuurwerk maar van binnen ben ik stil.

We hebben wel eens fijnere jaren gehad. Niet dat ons als gezin iets heftigs is overkomen dit jaar, maar we zagen wel veel verdriet bij de mensen om ons heen. Het begon in januari met het overlijden van verschillende mensen uit de Amersfoort. Bijvoorbeeld mevrouw de Bruijn van de slagerij op het Neptunusplein. Zij liet een gat achter in de Kruiskamp en wordt nog steeds gemist. Koen Schellekens was ook zo’n kleurrijk persoon. Hij overleed in diezelfde periode aan kanker. Hij had lange tijd een blog bijgehouden en had dezelfde leeftijd als meneer Enzofoort. Vijftig jaar. Veel te jong! Dat was ook de leeftijd van Francijn, een cliënte waar ik al een paar jaar kwam en waar ik inmiddels een fijne band mee had opgebouwd.

Meest schokkend was wel het overlijden van mijn zoon zijn oud-klasgenootje Romy. Zij overleed op 13-jarige leeftijd aan astma. Ik kon hier niet mee omgaan. Het kwam zo snoeihard binnen, was zo confronterend dat ik niet naar haar uitvaart ben gegaan. Ik kon het niet. De vermissing en het overlijden van Kris en Lisanne heeft me ook erg bezig gehouden. Toen binnen een week de vader van mijn ene vriendin en de moeder van een andere vriendin overleden, was ik er wel klaar mee, met de dood. Ik had genoeg gehuild, genoeg uitvaartcentra gezien, vond ik. Maar nee hoor. Het ging nog even door; ondermeer buurvrouw Bets en mijn oom Joop.

Meneer Enzofoort en ik waren in oktober ook bij de uitvaart van drie slachtoffers van de MH17-ramp. Het ging om de zwager van mijn zus en diens gezin. Diezelfde week kreeg mijn broer te horen dat hij de spierziekte Guillain-Barré heeft. Ik vond het wel even genoeg.

Het zet me wel met mijn beide benen op de grond. We zijn kwetsbaar als mens en ook mijn leven kan van de ene op de andere dag drastisch veranderen. Ik weet ook dat ik hier niet te lang bij stil moet staan en moet genieten van wat ik heb. ‘Leef het leven!’ dat was het motto van Koen Schellekens. Ik schenk nog twee glazen bubbels in. Om het leven te leven!