Anderhalve ton

‘Wat een topmiddag was het’. Wethouder Hans Buijtelaar zit in zijn kamer in het stadhuis en denkt met genoegen terug aan afgelopen zondag. Vanuit zijn stoel ziet hij nog net tussen de bomen en de gebouwen de Eem liggen. Daar sprongen op 8 september meer dan driehonderd stadgenoten het water in om geld in te zamelen voor de Amersfoortse Editie Swim to fight Cancer. En hij was er een van.
Sportief als hij is draaide hij zijn hand niet om voor die twee kilometer zwemmen. Met een paar collega’s vormde hij het team “Wij zijn Amersfoort”. Terwijl zijn teamgenoten op de zondag trainden in het Bosbad, had hij zelf flink geoefend in de Amerena. Na elke training ging hij ook even de glijbaan af. Dat was voor hem de kers op de taart.
In totaal was de opbrengst ruim anderhalve ton en met “wij zijn Amersfoort” had hij bijna vier en half duizend euro opgehaald. Dat ging nog niet eens zo makkelijk. Hij had best een beetje moeten leuren bij vrienden, familie en collega’s. Hij was natuurlijk niet de enige. Ook de andere deelnemers hebben enorm veel energie gestoken in het krijgen van sponsorgeld. In totaal hebben ruim zevenduizend mensen een donatie gegeven voor de zwemmers van Swim to fight Cancer. ‘Zevenduizend! Dat zijn er toch een heleboel,’ flitst het door het hoofd van Buijtelaar.
Sowieso hebben ontzettend veel mensen meegewerkt om deze dag tot een succes te maken. Naast de driehonderd zwemmers waren er veel supporters op de been en er waren veel vrijwilligers om alles in goede banen te leiden. Maar het ging natuurlijk ook om een waanzinnig goed doel. Het bij elkaar gezwommen bedrag, ruim anderhalve ton, wordt namelijk ingezet voor wetenschappelijk kankeronderzoek. En aangezien 1 op de 3 mensen ooit in zijn leven kanker krijgt…
,,Hans?” Buijtelaar schrikt op uit zijn gemijmer. Hij had het kloppen op de deur niet gehoord en nu stond ineens een van zijn medewerkers naast zijn stoel. Zij houdt een papier onder zijn neus. ,,Hier zijn de officiële documenten over de naamswijziging van het station”. Hans kijkt het papier vluchtig door. Hij leest de woorden, ProRail, Centraal Station, anderhalve ton.  Achteloos zet hij zijn handtekening.
IMG_0797
De Eemhaven, waar driehonderd zwemmers geld bij elkaar zwommen op 8 september.
Advertenties

Boze Burgers

Het lijkt wel of wij Amersfoorters overal tegen zijn. Praten we over parkeervergunningen? Dan is het huis te klein. Zijn er plannen voor woontorens? Dan wordt er een actiegroep opgericht. En gaat het letterlijk over leven of dood? Dan maken we wel weer bezwaar tegen de uitruklocatie van de ambulances. Het moet toch niet gekker worden?!

Neem de bewoners van de Memlingstraat in het Vermeerkwartier. Met de invoering van het vergunningparkeren mochten de auto’s volgens de bewoners gewoon aan beide kanten op de stoep blijven staan. Maar de meerderheid van de gemeenteraad vond dat de stoep in ieder geval aan een kant van de weg vrij moest zijn van auto’s. Resultaat: boze bewoners.

Wat dacht je van de actiegroep ‘Bezorgd Liendert’. Zij balen van de plannen van een woontoren op de plaats waar vroeger het zwembad Liendert stond. Maar wanneer je zelf een zoon van achtentwintig hebt die het huis uit wil maar nergens in Amersfoort een betaalbare huurwoning kan vinden dan kijk je volgens mij ineens heel anders naar zo’n toren.

En stel je krijgt een hartverzakking. Dan wil je toch graag dat de ambulance op tijd bij je is? Zo’n wagen moet wel ergens staan voordat hij naar je toe kan rijden. Misschien is het Meander een goede plek? Helaas. Een deel van de bewoners van de Maatweg maakt bezwaar tegen een nieuwe standplaats voor ambulances in hun buurt. Ik snap dat dat onrust geeft en geluidsoverlast, maar die voertuigen moeten toch ergens gestationeerd worden?

Ik begrijp alle weerstand en snap dat je opkomt voor je eigen belangen, maar af en toe vind ik dat wel te ver gaan. Het is vrij egocentrisch om zelf ergens lekker te wonen, maar dat anderen niet te gunnen. Het is raar om het logisch te vinden dat je in de hele straat op de stoep moet kunnen parkeren, maar daarbij niet denkt aan buuf Sjaan met haar rollator of Jan met zijn blindengeleidehond. En het is bizar om wel te verwachten dat hulpverleners snel bij je kunnen komen, maar het niet goed te keuren dat ze hun wagens ergens parkeren.

Misschien moeten we verder kijken dan ons eigen straatje. Daar wordt de stad Amersfoort uiteindelijk mooier van.

IMG_0150

Ammehoela

,,Je gaat die pomp toch niet weggooien?” Een onbekende vrouw zit achter het stuur en heeft het raampje aan de bijrijderskant opengedaan. Ze wijst naar de pomp die achter in onze auto ligt. Het is een pomp voor een plastic bootje of een luchtbed. Even daarvoor had ik hem aangeboden aan de meneer van de Kringloopwinkel maar die wilde hem niet.

,,Wil jij de pomp? Oh fijn…”, antwoord ik en in één beweging pak ik de pomp uit de achterbak en geef hem door het raam aan de vrouw. ,,Wil je de peddels ook?” Ik zie haar twijfelen maar dan schudt ze haar hoofd. Twee jonge kinderen zitten achterin de auto.  ,,Ik heb ook nog strijkkralen.” Ik kijk de vrouw verwachtingsvol aan. ,,Oh, leuk…doe maar.” Ik geef haar een bak strijkkralen en bijbehorende vormpjes.  De vrouw bedankt me hartelijk en rijdt door. Ik loop blij naar de auto en kijk om me heen. Het is druk bij het milieubrengstation van de ROVA. Auto’s rijden af en aan. Verderop gooit Meneer Enzofoort een stapel dozen bij het papier. In de auto ligt nog een zak kleding.

Ik dacht een groot deel van onze overbodige spullen bij de kringloopafdeling achter te kunnen laten maar daar dacht de meneer van de kringloop anders over. ,,Nee mevrouw, die nemen we niet in want een pomp is een seizoensproduct en daar hebben we geen plaats voor”, zei hij. Ik keek de man verbaasd aan en vroeg hem; ,,Dan wilt u de roeispanen waarschijnlijk ook niet.” Hij knikte. ,,Klopt.” Wijzend op de strijkkralen; ,,dit kinderspeelgoed nemen we ook niet aan. Daarachter is een container waar u al uw overgebleven spullen in kan gooien.”

Ik ben lichtelijk in shock. Het is toch ongelooflijk. We hebben met zijn allen zoveel spullen verzameld dat zelfs de kringloop het niet meer wil. Balen wel. Ik vind het namelijk heel moeilijk om dingen die nog goed te gebruiken zijn weg te gooien. Gelukkig kon ik de pomp kwijt aan die onbekende moeder. Even twijfel ik of ik de roeispanen weg gooi of toch weer meeneem. Ik besluit het laatste. Seizoensproduct, ammehoela. Het wordt prachtig weer dit weekend. Dus als je wilt roeien en je hebt geen spanen; wie het eerst komt…

IMG_8588

 

 

Grenzeloos

IMG_8549Ik staar naar de foto in de krant. Op de foto staat de 19-jarige Eltjo Booi uit Amersfoort. Zelfs op de foto is te zien dat hij lef had. Dat zie je aan de blik in zijn ogen. “Altijd op zoek naar de grenzen”, staat er boven het artikel.

Eltjo sprong van de Stichtse Brug. Ik ken de brug. Ik ken de jongen niet maar zijn sprong was fataal en zijn overlijden grijpt me naar mijn strot. Door de foto krijgt dit drama een gezicht en realiseer ik me dat het ook mijn zoon Teun had kunnen overkomen. Of een van zijn vrienden, een buurjongen, of een neefje.

Jongens zijn vaak grenzeloos en dat begint soms al op jonge leeftijd. Ik herinner me nog die keer dat de overbuurman mij vertelde dat hij het toch niet zo fijn vond om Teun op het dak te zien zitten. Onze destijds 11-jarige zoon was uit het zolderraam geklommen en zat op de nok van het dak. In zijn hand een houten zwaard. Hij vocht met denkbeeldige demonen, zich van geen kwaad bewust.

Nu is hij bijna achttien en doet hij ook dingen waar ik geen weet van heb. Binnenkort gaat hij met een groep vrienden naar de Belgische Ardennen. Hoewel ik de neiging heb hem voor van alles en nog wat te waarschuwen houd ik me in. Omdat je je leven niet moet laten regeren door angst. Ik doe dan ook heel erg mijn best om hem los te laten. Loslaten hoort bij opvoeden. Altijd op zoek naar de grenzen, dat hoort bij Teuns leeftijd. Uitdagingen aangaan, denken dat je alles aankunt. Honderd keer gaat het goed, af en toe gaat het fout. Het zal je kind maar zijn.

Het getuigt van moed om zo kort na het overlijden van je zoon de verslaggeefster van de krant te woord te staan. Om haar te vertellen dat Eltjo vast niet de eerste en ook zeker niet de laatste jongere zal zijn die van de Stichtse Brug afspringt. “Al zouden we er maar één iemand ervan kunnen weerhouden door dit verhaal te vertellen, dan zou dat mooi zijn.”  Ik laat de krant open op tafel liggen. Mijn bijna 18-jarige zoon komt zo thuis…

Weer thuis

Wat heb ik toch een hekel aan thuiskomen. Normaal gesproken niet hoor, dan ben ik bij wanneer ik weer over de drempel stap. Maar thuiskomen na een vakantie, daar heb ik moeite mee, en niet zo’n beetje ook.

Vlak voor we de Kruiskamp inrijden heerst er nog een soort verwachtingsvol gevoel; zal er post liggen (nee), hoe gaat het met de kat (die merkt niet eens dat we binnenkomen) en heeft zoon Teun er een puinhoop van gemaakt (valt wel mee).

Maar dan komt het uitpakken. We gingen weg met schone was en alles was geordend ingepakt, we komen thuis met een bult campingspullen vol zand en dennennaalden. Overal in huis ligt rommel en na tig keer de trap op en neer lopen, het schoonmaken van de geleende vouwwagen en het wassen van bergen was realiseer ik me dubbel en dwars dat de vakantie over is.

Net na thuiskomst geniet ik nog van een eigen douche en toilet en van een papieren krant in plaats van een digitale, maar ook dat plezier verdwijnt alweer snel.

Het boek waar ik nog niet aan toegekomen was op vakantie breng ik waarschijnlijk ongelezen terug naar de bibliotheek, want ondanks mijn goede voornemens val ik snel terug in mijn oude gewoonten. Ik tuur weer veel te lang en te vaak naar de verschillende schermen, terwijl ik me had voorgenomen bij thuiskomst sowieso mijn mobiel links te laten liggen. Tijdens de vakantie was dat makkelijk; mijn data was op en omdat er geen stroom op de camping was en ook wifi was het minder gebruiken van mijn mobiel niet zo’n probleem. Maar nu ik weer thuis ben merk ik dat ik er constant op kijk.

Ik heb allerlei leuke dingen in het vooruitzicht maar toch nestelt het woord ‘moeten’ zich weer in mijn hoofd. Mijn to-do-lijst ligt weer prominent op de tafel en groeit met het uur.Dat was juist zo heerlijk van de vakantie; even niets moeten.

Arme familie Enzofoort. Zij hebben nooit last van zo’n post-vakale-depressie en zijn juist blij dat ze weer thuis zijn. Ondertussen zit ik te mokken. Ik hoop dat het deze keer niet al te lang duurt. Ik zal toch niet de enige zijn die hier last van heeft?

IMG_8362

 

 

Respect

IMG_7729

Ik heb zo eindeloos veel respect voor doorzetters. Mensen die doorgaan waar anderen al lang af zouden haken. Mensen die na elke tegenslag weer opstaan en verdergaan. Het is een eigenschap die ik graag wat meer zou willen hebben. Als mij iets niet lukt dan heb ik de neiging om mijn hoofd te laten hangen.

Iemand die met opgeheven hoofd verder gaat ondanks tegenslag is parkinsonpatiënt en stadgenoot Erik de Waal. Hij loopt van Amersfoort naar Santiago de Compostella en wil met deze monstertocht geld inzamelen. Geld dat gebruikt gaat worden voor het eerder diagnosticeren van Parkinson, want Erik weet als geen ander dat juist de onzekere periode voor de diagnose zwaar is.

Ruim drie jaar geleden kreeg hij die diagnose. Hij moest stoppen met werken en dat zorgde er voor dat hij tijd kreeg om de pelgrimstocht eindelijk te gaan lopen, want het was altijd al een droom geweest. Wrang idee eigenlijk; wanneer Erik geen Parkinson zou hebben gekregen zou hij zijn droom misschien nooit hebben waargemaakt. Hij zei na de diagnose; ,,als ik thuis stil blijf zitten, word ik pas echt ziek.” Om dat te voorkomen besloot hij die ruim vijfentwintighonderd kilometer echt te gaan wandelen.

Half juni is Erik vertrokken, maar afgelopen week kwam hij even terug naar Amersfoort omdat hij pijn had en naar de fysiotherapeut wilde. De geplande etappes bleken te lang, zijn rugzak te zwaar en de temperatuur te hoog. Door alle tegenslagen heeft hij de eerste twee weken sommige stukken met de bus gedaan en heeft hij dus een stuk van het traject overgeslagen. Je zou dan kunnen denken; mijn tocht is mislukt, ik heb niet de hele route gelopen, dus ik stop er maar mee. Maar nee, Erik wandelt door, hij wil de eindstreep halen.

Ik heb diepe, diepe bewondering voor hem. Ik hoop dat het hem niet alleen heel veel geld voor het diagnosticeren van Parkinson oplevert, maar ook veel geluk. En dan niet alleen op het moment dat hij het eindpunt bereikt, maar gewoon tijdens al die kilometers die hij dag in dag uit aflegt. Zoals de Dalai Lama ooit al zei: Er is geen weg naar geluk, geluk is de weg. En zo is het.

Bubbels

IMG_3228Het zal je maar gebeuren. Je bent twaalf jaar en gaat samen met een vriendinnetje zwemmen in de Octupus in Leusden. In het bubbelbad komen twee grote jongens en die betasten je en houden je vast. Je vertelt het de badmeester, die licht de politie in en meer dan een jaar later hoor je van de rechter dat de jongens vrij worden gesproken omdat er geen sluitend bewijs is. Door de bubbels waren er geen getuigen. Als het Pien was overkomen en ik een jaar later zou horen dat de jongens niet veroordeeld werden zou ik mij enorm machteloos, boos en verdrietig voelen. Slapeloze nachten zou ik ervan hebben.

Stel je bent een van de jongens en je vergrijpt je aan deze jonge meisjes. Zou je je dan schuldig voelen? Bang zijn voor de consequenties? Of voel je je onschendbaar omdat je weet dat er toch niets te bewijzen valt? En hoe zit het met de badmeester? Die liep rond in zo’n vreselijk lawaaiige omgeving en keek of er niemand verdronk, maar ondertussen had hij niet door wat er in het bubbelbad gebeurde. Zou hij slecht slapen ’s nachts? En checkt hij voortaan het bubbelbad extra om nog zo’n drama te voorkomen?

En dan de rechter, hoe staat zij erin? Misschien voelt zij wel aan dat de meisjes de waarheid spreken maar kan ze door het ontbreken van bewijs de jongens niet veroordelen. Zou ze haar werk dan nog steeds leuk vinden of ligt ze ’s nachts te piekeren en de zaak te overdenken?

Stel dat een agent bij mij voor de deur had gestaan met zoon Teun, omdat Teun werd verdacht van aanranding in het bubbelbad in Leusden. En stel je voor dat Teun het echt niet gedaan zou hebben maar dat de meisjes aandacht zochten of hem een hak wilden zetten.  Dan zou ik mij enorm machteloos, boos en verdrietig voelen. Slapeloze nachten hebben.

Het is een ingewikkelde zaak. En de enigen die echt uitsluitsel kunnen geven zijn de jongeren die gelogen hebben. Maar zijn dat de jongens die de meisjes daadwerkelijk hebben aangerand of de meisjes die hun verhaal hebben verzonnen? Zolang niet iedereen de waarheid vertelt valt er niets te bewijzen. Het zal je maar gebeuren. Klotebubbels.