CEES

Daar lig je dan. Met je lievelingsvest aan. Je ogen dicht. Terwijl ik naar je kijk heb ik het gevoel dat ik je oogleden elk moment kan zien bewegen. Maar dat gebeurt niet. Je ligt stil. Je haar netjes gekamd. Je handen over elkaar heen gelegd boven op het laken.Naast je staat een stoel. Er branden kaarsjes. Je ziet er tevreden uit. Het is goed zo.

Vijfentachtig jaar heb je geleefd. Ik ken je pas sinds de laatste eenentwintig jaar. De vader van mijn man. De opa van mijn kinderen. Mijn schoonvader. We hebben samen veel meegemaakt. Onze kinderen zien opgroeien, gelachen, soms gehuild, verjaardagen gevierd, met de hele familie naar Hoppop gegaan, geborreld aan de ronde tafel. Vaak met een glaasje rode wijn.

Wat een cadeautje dat we vorige week zondag nog samen je verjaardag konden vieren en samen uit eten zijn gegaan. We waren er allemaal; Anneke, je vrouw, je kinderen, kleinkinderen en aanhang. De avond was bijzonder. Je kon niet alles volgen want soms ging het te snel,  maar hebt er wel van genoten. Net als wij. We hebben er zelfs nog een foto van, ons niet realiserend dat het de laatste foto zou zijn waar we allemaal op staan.

Maar nu is het klaar. Je was op. Het was tijd. In liefde loslaten heet dat. Van beide kanten. Ben blij dat je mijn schoonvader was!

4c2a2d00-b24b-4dd8-93b9-69f66d5d4011 (2)

 

Bingo

Ik kijk uit het raam en zie mijn 90-jarige buurman op zijn fiets stappen. Hij gaat even koffiedrinken bij zijn dochter. Het is een buurman die volgens mij absoluut ongelukkig zou worden wanneer hij in een flat zou wonen met alleen oudere mensen. Hij houdt van reuring in de straat. Hij geniet van de kinderen die buiten spelen. Ik bedenk me dat ik het ook niet zie zitten om later in een seniorencomplex te wonen. Volgens mij zou ik na een tijdje net zo klagen als de rest. Over de lift die niet schoon is, over de organisatie van de bingo, over het geroddel onderling. Het is mijn schrikbeeld.

Ik denk dat het nooit goed is om een homogene groep mensen bij elkaar te zetten. Of het nu gaat om ouderen, studenten of mensen met een niet-westerse achtergrond. Ik denk dat mensen blijer worden van diversiteit. De gemeente Amersfoort en woningcorporatie Portaal laten nu een paar studenten in het wooncomplex aan de Paladijnenweg wonen om daar de leefbaarheid te vergroten. Een mooi initiatief. Studenten hoeven minder huur te betalen voor hun etage, maar moeten zich wel inzetten voor de mensen in het gebouw. Ze gaan samen met de bewoners kijken hoe het gezelliger en leefbaarder kan worden in het complex.

Ik vind het een mooi begin. Maar laat dan ook oudere mensen wonen in een aangepaste studentenflat, zorg dat bij nieuwbouw grote etages worden afgewisseld met woningen voor eenpersoonshuishoudens, bouw goedkope huizen naast duurdere zodat er automatisch een mix aan mensen komt. Dat levert volgens mij een fijne energie op. Hoe mooi is het wanneer er ouderen in je straat wonen die op kleine kinderen willen passen. Wanneer enthousiaste jongeren een klusje willen doen bij een oudere buurvrouw. Wanneer mensen die het Nederlands goed beheersen zich in willen zetten voor buren die het moeilijk vinden om ingewikkelde brieven te lezen.

Ik pak een kop koffie en ga bij het raam staan. Eigenlijk woon ik al in zo’n straat. Hopelijk blijven in de komende jaren veel verschillende mensen in onze straat wonen, met verschillende achtergronden, in verschillende leeftijdsgroepen. Dat werkt volgens mij het allerbest. Wie weet kan ik hier dan wel de rest van mijn leven blijven wonen, net als mijn buurman.IMG_0090

Jeugdvriend voor het leven

IMG_9146,,Ik zie het nog precies voor me”. De 84-jarige Jan Roes wijst naar de richting van het schoolgebouw in Megchelen. ,,Mevrouw Hendriks kwam de klas binnen, fluisterde wat in het oor van de juf en daarna nam ze Nel zo mee de klas uit”. Hij kijkt me met vochtige ogen aan. ,,Jarenlang wist ik niet wat er met je moeder gebeurd was. Ik dacht dat ze misschien wel joods was en opgepakt.” Mijn moeder draait zich om naar het pand naast de school en wijst naar boven. ,,Daar goot Puck Hendriks altijd haar lampetkan leeg. Ze gooide het zo uit het raam”.

Ik kijk naar mijn moeder en haar vroegere klasgenoot. Ze halen herinneringen op aan de oorlog. Aan de tijd dat ze als kleine kinderen samen in de klas zaten. Mijn moeder, Rotterdamse, kwam in 1940 als hongerevacuee naar Megchelen en werd een klasgenoot van Jan. Ze hebben ruim drie jaar bij elkaar in de klas gezeten. Tot het moment dat mijn moeder uit de klas werd gehaald.

Wat Jan niet wist was dat mijn opa het tijd vond om zijn inmiddels achtjarige dochtertje Nelly terug naar huis te halen. Hij was bang dat het te gevaarlijk werd in Megchelen dat op de grens van Duitsland ligt.  Broer Dick en zus Luus werden naar het dorp gestuurd en zij namen hun zusje weer mee terug naar Rotterdam. Er werd geen afscheid genomen van de klas. Nadat Nellie met mevrouw Hendriks de klas uit liep zagen haar klasgenootjes haar nooit meer. Tot Jan en mijn moeder elkaar een paar jaar geleden weer voor het eerst na de oorlog ontmoetten.

Het zal zo’n tien jaar geleden zijn geweest dat mijn moeder een stukje plaatste in het plaatselijke krantje van Megchelen. Ze schreef daarin dat ze als kind tijdens de oorlog een aantal jaren in Megchelen had gewoond en dat ze nu in Bolsward woonde. Het werd gelezen door verschillende bekenden van mijn moeder, maar niet door Jan.

Jan woonde inmiddels in Ulft, een dorpje vlakbij Megchelen en had een carrière als profvoetballer achter zich. De oorlog had flink veel indruk op hem gemaakt en was dan ook dikwijls een onderwerp van gesprek. Op een keer sprak hij met dorpsgenoten over die periode en vroeg zich hardop af; ,,Wat zou er toch gebeurd zijn met Nelly Baars? In het gezelschap zat iemand die het stukje in de krant had gelezen en zij antwoordde: ,,Die woont in Bolsward”.

Toch kwam er nog geen contact op gang. Pas toen een buurvrouw van Jan mijn moeders telefoonnummer achterhaald had kwam het eerste contact. De buurvrouw belde mijn moeder en vertelde dat Jan die dag 75 jaar geworden was en gaf mijn moeder zijn telefoonnummer. Mijn moeder belde en kreeg een verbaasde en enthousiaste Jan aan de telefoon. Het eerste contact was gelegd. Mijn moeder is de afgelopen jaren twee keer eerder bij Jan en zijn vrouw Riekie op bezoek geweest.

Deze keer had ik de eer om mee te gaan. Het was een prachtige dag. Het verhaal over Jan Roes en mijn moeders jeugd in Megchelen ging toen pas echt leven. Vijfenzeventig jaar nadat mijn moeder de klas uitgehaald was stonden ze samen herinneringen op te halen. Hoe mooi is dat!IMG_9142

 

 

Vilsteren

IMG_8281Een ijsvogeltje! Ik zit bij het vennetje bij de camping Landgoed Vilsteren en zie voor het eerst van mijn leven een ijsvogeltje. Ik kan het bijna niet geloven, maar het is echt waar. Blauwgroene vleugels en een rode buik. Wat een bijzondere ervaring. Ook omdat ik een paar minuten daarvoor twee reeën zag grazen op het weggetje vlak bij het meertje.

Ik zit op een omgevallen boomstam en voel me melancholisch. Landgoed Vilsteren is zo verbonden met mijn jeugd. Terwijl ik over het water kijk bedenk ik mij dat ik mijn vader mis. Hij hield zo van deze plek. Ik heb wat afgespeeld op het strandje waar ik nu naar kijk. Vroeger dacht ik trouwens dat het een enorm groot meer was. Toen ik er als jongvolwassene weer kwam geloofde ik niet dat het om zo’n klein vennetje ging. Grappig hoe mijn beeld is veranderd.

We zitten hier een paar dagen en inmiddels ken ik alle paadjes weer. Ik herken de boerderij waar we vroeger met “de Lotjes” en hun hond Arko verse melk gingen halen. Ik klim weer naar het hoogste punt van het donkere bos om vandaar van het uitzicht te genieten en loop langs de boom waar we als kinderen dode kikkers en muisjes begroeven.

Sommige herinneringen zijn vaag. Klopt het bijvoorbeeld dat er een friettent stond bij het meertje? Ik kan het me nu nauwelijks voorstellen. En heb ik een keer op de herdershond van tante Door en oom Wim gezeten?  Was het inderdaad een donkerblauw kinderbedje waar ik als kleuter in lag te slapen? Klopt het dat we eens een soort hindernisbaan hebben gemaakt voor muizen die we daarvoor vingen in de melkflessen?

Wat ik wel zeker weet is dat we met een gele bus van mijn vaders werk naar de camping gingen. Met een soort ‘plastic’ bekleding die bij mooi weer plakte aan je benen en rondjes achterliet op mijn huid. En wanneer we ‘het kasteel’ bij Dalfsen zagen wisten we dat we er bijna waren. Verwachtingsvol, van wat de vakantie ons zou brengen.

Wanneer we ’s avonds even een ommetje willen maken loop ik met Puck naar de plek waar vroeger onze ‘Paradiso’ stond. ,,Kijk, hier stond de vouwwagen ongeveer en dan liepen we vanaf hier over een bruggetje richting het meertje”, vertel ik Puck. Even later vinden we het paadje naar het bruggetje en lopen door totdat we de boom zien die mij als kind de weg naar het water wees. Het is bijzonder om hier nu zelf met mijn dochter te lopen.

Eerder deze week zegt Puck: ,,Mam, ik zag denk ik een slang. Maar het kan ook zo’n speelgoedding zijn voor kinderen”. We lopen samen naar de andere kant van het paadje en ik kijk eens goed. Ja hoor, daar ligt een slang opgerold in het zonnetje. Hij is donkergroen en vrij glad. De boswachter komt even later en vertelt ons dat het een ringslang was.

’s Avonds zitten we voor de vouwwagen en horen uilen in de verte. Ook zag ik voor het eerst een specht vlakbij in een boom hakken en wekte een eekhoorntje mij op een ochtend. Ik kon hem zo zien zitten vanuit mijn bed. Dan heb ik het nog niet eens gehad over het sprookjesbos, de bijzondere vlinders, het salamandertje en de kikkertjes die we zagen. En mijn vader die ik voelde….heel dichtbij.

IMG_8380

 

 

Vintage

Het is druk in de winkel. Rekken vol kleding, op kleur gesorteerd. Op een tafel kaarsen en wat andere artikelen die in een interieurwinkel niet zouden misstaan. Ik loop meteen op het rek af met de spijkerspullen. Even checken of er ook een leuk spijkerjack tussen hangt. Ik zie een jasje en pak hem van het rek. Maatje S. Helaas…. Ik hang het terug. Verderop zie ik een rokje dat misschien wel leuk is voor Pien. Ik pak het, maar zie meteen dat het niks is voor mijn dochter.

Terwijl ik het rokje terug hang kijk ik om mij heen. Wat grappig. Het publiek is heel divers. Net stonden er twee hippe vrouwen met hun tieners te kijken tussen de kleding, en nu zie ik een wat oudere vrouw een shawl pakken en omhangen. Ze kijkt in de spiegel, eerst naar zichzelf, maar even later kruisen onze blikken elkaar. Ik knik goedkeurend.

Deze winkel ‘Lefft Vintage’, aan de Riddergang bij het Sint Jorisplein is een paar dagen per week geopend en wordt volgens mij gerund door MBO-studenten. Het is niet het enige tweedehandswinkeltje in Amersfoort.  Ook op de Leusderweg, de Euroweg en op andere locaties zijn tweedehandswinkels te vinden. Sommigen met alleen kleding, anderen met meubels of een mix daarvan. De VVV van Amersfoort heeft op haar website een hele tour langs deze Tweedehands en Vintage winkeltjes geplaatst. Leuk voor een regenachtige vakantiedag!

Even later loop ik langs het rek vol lichtgekleurde kleding. Een witte blouse, die ontbreekt nog in mijn kast. Ik haal hem uit het rek en zie dat hij 7 euro kost. Dat is een mooi prijsje, bedenk ik me. In de kleedkamer probeer ik hem en ik zie dat het hij prima valt. Verkocht!

Ik loop naar de kassa waar een enthousiaste jonge vrouw de blouse van mij overneemt. ,,Deze maar doen?”  Ze doet er een vloeipapier omheen en ik stop hem in mijn tas. Ik vind het wel gaaf. Mooie spullen voor weinig geld. Tweedehandskleding kopen is nog duurzaam ook. Waar vroeger mensen nog wel eens hun neus ophaalden voor tweedehandskleding lijkt het nu ineens wel te kunnen. Noem het Vintage en er komen ineens ook hele hippe moeders in je winkel. Een win-winsituatie!

IMG_7389

BAROLOSOLO

21Mijn kopje koffie staat naast mijn laptop. Er komt een mailtje binnen van het Amersfoorts Theater Terras. Ik open de mail en klik op ‘draaiboek Barolosolo, 13 juli 2019’. Sinds deze zomer heb ik mij aangesloten bij de groep vrijwilligers die zorgt dat de locatievoorstellingen soepel verlopen en in het draaiboek staat wat mijn taak zal zijn. Ik zoek naar mijn naam zodat ik weet wat ik moet doen morgen. Barolosolo is de tweede theatervoorstelling die Theater Terras deze zomer organiseert.

De vorige voorstelling door het gezelschap BigBinôme, was te zien in de speeltuin aan de Pullstraat in de wijk Kruiskamp. Een thuiswedstrijd voor mij. Ik heb daar samen met andere vrijwilligers bankjes uitgeklapt, mensen ontvangen die per fiets aankwamen en hen de weg gewezen, geld ingezameld na afloop van de voorstelling en tenslotte ook weer geholpen met het opruimen van alles. Eigenlijk stond ik versteld wat er allemaal bij zo’n locatievoorstelling komt kijken. Denk maar eens aan het opvangen van de artiesten, het opbouwen van de speelvloer, het regelen van de techniek, de organisatie van de mobiele bar, het verzorgen van het eten voor vrijwilligers en artiesten, de publiciteit en de coördinatie van dit alles. Voor de voorstelling van morgen is zelfs de medewerking van de brandweer nodig, want bij de voorstelling in het Park van de Tijden in Vathorst moet ook een bassin worden gevuld met water.

Inmiddels heb ik in het draaiboek mijn naam gevonden. Wat zal het deze keer worden? Ik pak mijn koffie erbij en lees; ‘Strijken kostuums artiesten’. Ik verslik me. Dat had ik even niet zien aankomen. Ik kan best strijken, maar meestal is het meneer Enzofoort die deze taak op zich neemt en hij is daar handiger in dan ik. Ik ga op internet op zoek naar informatie over het gezelschap en lees: ‘Een zwembad vol water, een klimrek en twee ingenieuze muzikanten. De een voelt zich als een vis in het water en plonst er met bombarie in rond. De ander heeft watervrees en doet werkelijk álles om droge voeten te houden.’ Leuke tekst, maar mij gaat het vooral om de foto’s. Ik bestudeer ze nauwkeurig. De broeken en overhemden lijken me geen probleem. Maar die jasjes. Of me dat gaat lukken?

Afkoelen

IMG_4324,,Heb jij er iets van gemerkt in het zwembad?” Ik kijk naar dochter Pien die net haar badlaken van de waslijn haalt. Pien kijkt me verbaasd aan. ,,Wat bedoel je?” ,,Er was een flinke vechtpartij in het Bosbad” antwoord ik. Pien schudt haar hoofd. ,,Nee, het was wel heel erg druk want er kon op een gegeven moment bijna niemand meer bij. Ook werd er steeds omgeroepen dat je moest oppassen op je spullen, maar verder heb ik niets gemerkt.” We lopen samen naar binnen. ,,En klierige jongens?”, vraag ik terwijl ze haar handdoek op tafel legt en naar de keuken loopt. ,,Klierige jongens heb je altijd”, antwoordt ze. Ja, dat is waar. Ik denk aan de keren dat ik zelf als tiener in het zwembad lag. Jongens van een jaar of veertien die zichzelf heel stoer vonden. Ze praatten net iets te hard, renden te dicht langs je badlaken en sprongen te dicht bij je in het water. Toen vond ik het irritant, nu denk ik; hormonen.

,,Er waren trouwens wel twee beveiligers en dat waren best indrukwekkende mannen. Daar wil je geen ruzie mee krijgen”, grinnikt Pien terwijl ze in de vriezer naar een ijsje zoekt. Zij had dus niets gemerkt, waarschijnlijk was ze net op tijd weg. Maar het zal je maar gebeuren. Geniet je van de zon, de warmte en het koele water, beland je zomaar middenin een vechtpartij. En niet zo’n kleintje ook. Wat is er gebeurd waardoor de vlam in de pan sloeg? Hadden de dames in kwestie al ruzie voordat ze het zwembad binnen kwamen? En waarom werd het zo’n massale vechtpartij? Waarom sprongen ze niet meteen in het water om af te koelen maar gingen ze meppen?

Ik vind het echt verschrikkelijk dat er beveiliging nodig is in een zwembad, op een plek waar het juist gezellig en ontspannen hoort te zijn. Dat er deze week zelfs politie aan te pas moest komen is al helemaal idioot. Wat mij betreft krijgen alle onruststokers een bosbadverbod. Maar hoe herken je ze bij de kassa? Ik heb wel een idee. Alle irritante badgasten krijgen bij scheldpartijen of opstootjes de tekst “doeslief” op hun voorhoofd geschreven. Met watervaste stift. Blijft lekker lang zitten.