Speurtocht in de bieb

(AD 30-05-2014)

Afbeelding

 ,,Even kijken hoe dit werkt”, ik draai aan het bolletje want ik wil iets invullen op de zoekmachine. Het lukt me niet eens om de cursor op de juiste plek te krijgen. ,,Laat mij maar eens proberen”, zegt Pien. Ze duwt me aan de kant en gaat geroutineerd aan de slag. ,,Het lukt mij ook niet…”, zegt ze teleurgesteld. Verderop staan twee klasgenootjes van Pien achter een andere computer; ook zij kijken licht wanhopig. Hoe moet dat nu? Voor een werkstuk heeft mijn dochter een boek nodig en daarom zijn we hier in de bibliotheek aan het Eemplein. Het is de eerste keer dat ik de bibliotheek bezoek en ik word overweldigd door de prachtige inrichting. Ik zie mensen achter grote tafels zitten werken en krijg zin om er bij te gaan zitten en wat bladen te lezen. Ook lonkt de koffie uit de espressobar. Maar goed, dat is iets voor een andere keer want vandaag zijn we hier met een missie; Een boek zoeken over ijshockey, want dat is de sport waar mijn dochter een uitgebreid werkstuk over moet maken.

Ik ga nogmaals achter de computer staan en druk op verschillende toetsen. De computer is vast hufterproof, want het toetsenbord ziet er onverwoestbaar uit, maar echt gebruiksvriendelijk is hij niet. We vragen een medewerkster van de bibliotheek om uitleg. Het lukt haar in eerste instantie zelf ook niet om bij het juiste schermpje te komen. Ik krijg het inmiddels een beetje warm. Na wat geklooi met het inmiddels bekende bolletje en het indrukken van wat ‘caps lock’ toetsen komen we er tenslotte uit. Denken we. We hebben een boeknummer en bedanken de bibliothecaresse.

Vervolgens lopen we naar de kast met boeken over sport. Ik ga door mijn knieën en kijk of ik het boek zie. Het boek is nergens te vinden. Er is vast over nagedacht, dus het zal wel aan mij liggen, is mijn eerste gedachte. Ik loop langs de verschillende thema-kasten en zoek door. Mijn rug protesteert door het vele bukken en na een tijdje ben ik het wel zat. We vragen nogmaals de medewerkster om hulp. Ik zie twijfel in haar ogen en ook zij loopt aarzelend rond. Haar gezicht wordt steeds roder. Uiteindelijk pakt ze een boek uit de kast en houdt het triomfantelijk omhoog. ,,Hier is het”, zegt ze zichtbaar opgelucht. Missie voltooid! Thuisgekomen bladert mijn dochter vol verwachting in het boek; er gaat welgeteld één pagina over ijshockey. Succes met je werkstuk Pien!

Achtste groepers huilen niet

Ik hoor gestommel boven, een kwartiertje geleden had ik Puck welterusten gekust, maar ze was dus nog wakker. De deur gaat open en ik zie haar blote voeten op de trap. Even later zie ik een betraand gezicht. “Mama, ik ben zo verdrietig…..”.

Ik begrijp het. Een half uurtje geleden kwam ik naar haar toe om haar welterusten te wensen en toen was ze net bezig in het boek “Achtste groepers huilen niet”. Ze was bijna bij het laatste hoofdstuk en ze vroeg of ik nog anderhalve bladzijde wilde voorlezen voordat ze het boek weg zou leggen.

Dat deed ik, maar ik viel meteen in het meest heftige stuk van het boek: “….Twee dagen later overleed Akkie” las ik.  Puck keek me met verschrikte ogen aan; “Overleed?” vroeg ze. “Is dat hetzelfde als doodgaan?” Ze kon het bijna niet geloven. Het was zo’n leuk boek geweest dat ze er niet aan had gedacht dat de hoofdpersoon ook kon overlijden. Ze dacht echt dat Akkie beter zou worden en daarom was ze nu in tranen.
We gingen samen op de bank zitten en hebben elkaar even goed geknuffeld. Ik vertelde haar over een boek dat ik zelf had gelezen toen ik haar leeftijd had. “Vlinder voor Marianne” heette het. Het precieze verhaal weet ik niet meer, maar ik weet nog dat een ziek meisje, Marianne, een cocon had en dat op de dag dat zij stierf uit de cocon een prachtige vlinder kwam. Ik heb gebruld, toen ik dat las. Het was zo’n heftig boek, dat ik het nu nog weet. “Mam, zei Puck nog, ik denk niet dat ik die DVD van ‘Achtste groepers huilen niet’ nog wil zien. Of misschien toch, samen met jou…. “

 

Dromen

 

Vroeger wilde ik het jeugdjournaal presenteren, musicalster worden of kinderboekenschrijfster zijn. Het jeugdjournaal is niet gelukt, maar ik kwam bij de radio terecht en presenteerde daar ondermeer “Dubbeluur”. En mijn grootste musicalrol was die van Baloe de Beer in het Jungleboek. Die musical speelden we met een amateurgezelschap in de blauwe zaal van de Stadsschouwburg in Utrecht, dat dan weer wel. En nu? Nu zijn mijn dromen ingehaald door mijn realiteitszin en mijn gebrek aan zelfvertrouwen.

Om mij heen zie ik de één na de ander zijn droom volgen en uitvoeren. Vriendinnen zijn bezig met het schrijven van een roman. Kennissen hebben al boeken geschreven die je in de winkel kunt kopen en ik? Ik droom nog steeds over een kinderboek dat opvalt tussen al die andere titels in de bibliotheek.

Maar doe ik er wat aan? Niet echt. Het leven gaat daarvoor te snel. Ik werk, breng tijd door met vriendinnen, voed samen met mijn lief mijn kinderen op, sport af en toe en ben blij wanneer ik dagelijks dit weblog heb geschreven.

Misschien is het wel de angst om te beginnen. Dan zal immers blijken of ik het wel kan. Zolang je droomt, kun je zelf de uitkomst min of meer bepalen, maar als het realiteit wordt kan ik mijn neus stoten. Dan kan ik te maken krijgen met afwijzingen, zie ik dat er zoveel mensen zijn die kinderboeken schrijven. En hoe haal ik het in mijn hoofd om te denken dat mijn naam ooit op de voorkant van een kinderboek zal staan? Waar moet het over gaan. Voor welke leeftijd wil ik schrijven. Kortom; ik ben er nog niet over uit. Misschien moet ik gewoon beginnen? Ik hou jullie op de hoogte….

Afbeelding