Gehakketak

IMG_4024,,De lokale politiek, is dat niet iets voor jou”, die vraag is mij al een paar keer gesteld. En ja… Misschien is het wel iets voor mij, maar dan wel om te beschouwen en niet om zelf te bedrijven. Ik kan slecht tegen mijn verlies, mijn koppigheid zou mij in de weg zitten en ik heb een hekel aan het gehakketak over en weer op twitter of facebook. Maar wat me helemaal erg lijkt; wanneer je binnen je eigen partij niet wordt gewaardeerd.

De afgelopen periode zijn enkele kieslijsten bekend geworden en weten we op wie we kunnen stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018. Maar zonder slag of stoot ging dat opstellen van die lijsten niet.

Zo had ik Maria Ballast-Tatarian van het CDA in de top vijf verwacht. Ze is betrokken bij de stad en liet zich vaak zien bij verschillende activiteiten. Volgens mij is zij echt iemand die de afstand tussen politiek en burgers prima kan overbruggen door haar enthousiasme, kennis en toegankelijkheid. Maar helaas. Ze krijgt de rol van lijstduwer toebedeeld.

En wat te denken van Ida Bromberg van Groen Links. Over haar werd door de partij in eerste instantie geschreven dat ze haar ‘nog niet stevig genoeg achten voor een direct verkiesbare plaats’. Ik denk dat ik na zo’n opmerking de handdoek in de ring had gegooid. Gelukkig heeft Ida meer doorzettingsvermogen en is ze van nummer twaalf naar nummer acht gegaan.

Maar helemaal bont maken ze het bij D66 waar ze Jacques Happe op een onverkiesbare dertiende plaats hebben gezet. Hij lijkt mij een gedreven, kundig en mondig politicus. Vinden ze die kwaliteiten niet belangrijk binnen D66? Ik zou hevig teleurgesteld zijn wanneer ik voorbij gestreefd zou worden door een 18-jarige, die door de leden op de negende plaats is gezet. Tja…met sommige vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Misschien wordt Jacques nog met voorkeursstemmen gekozen, maar of hij daar op zit te wachten?

Lokale Politiek. Je doet het nooit goed. Je krijgt commentaar van politieke tegenstanders, de inwoners van de stad hebben een mening over je en met een beetje pech ontbreekt ook de waardering van partijgenoten. Je moet er maar zin in hebben. Ik schrijf er liever over.

Advertenties

Het vuurtje opstoken

IMG_9516

,,Hmm….het ruikt heerlijk buiten!” Ik loop vanuit de tuin via de openslaande deuren naar binnen en vertel meneer Enzofoort dat de eerste BBQ alweer is aangestoken in de Kruiskamp. Het barbecue-seizoen is geopend en daar ben ik blij om. Ik verheug me op het samen buiten eten en het gepiel met vlees op het rooster. Tot nu toe is het daarvoor te koud geweest en genoten we van de open haard in ons huis. We stoken best vaak. Vooral nadat ik meneer Enzofoort een pallet brandhout cadeau gaf op zijn verjaardag om het vuurtje weer eens op te stoken. Ik kan er uren naar kijken en word er rustig van.

Soms kom ik in een ruimte en dan ruik ik weer die bijzondere houtlucht die in mijn vaders werkplaats hing. De geur van gezaagde planken vermengd met de heerlijke lucht die uit de houtkachel kwam. De houtkachel waarop mijn vader op oudejaarsavond zelfs oliebollen bakte.
Als kind genoot ik van de lekkere rooklucht in zijn trui, veel beter dan de vieze sigarettenlucht die ook wel eens om hem heen hing. Toen hij last van zijn longen kreeg is hij van de ene op de andere dag gestopt met roken, maar de houtkachel bleef wel branden.

Ik dacht dat het branden van een open haard of houtkachel ongevaarlijk was. Het leek me juist schoon en natuurlijk. Tot de partijen GroenLinks en de ChristenUnie in Amersfoort een motie hadden ingediend tegen de overlast van houtrook. Mijn eerste gedachte was; wat overdreven, waar bemoeien ze zich mee! Maar nu ik me er wat meer in verdiept heb schrik ik. De uitstoot zorgt voor veel fijnstof, dioxine en andere kankerverwekkende stoffen. Dat wist ik echt niet.

Misschien dat meneer Enzofoort en ik over tien jaar wel tegen elkaar zeggen; hadden we maar geweten dat het stoken van de open haard of houtkachel zo ongelooflijk gevaarlijk was, dan hadden we het niet gedaan. Maar momenteel zit ik nog in de fase waar veel rokers ook nog in zitten; het zal allemaal zo’n vaart wel niet lopen. Kortom; ik steek nog even mijn kop in het zand. In ieder geval de komende zomer. En winter. Want we hebben nog een hele voorraad hout liggen…