Muis

 Afbeelding

“Nooit meer…ik wil nooit meer katten”. Deze gedenkwaardige woorden sprak ik een aantal jaar geleden uit nadat Marcoens kat ‘Macho’ overleed. Zijn andere kat ‘Sloerie’ was al eerder overleden. Ik hield echt van deze twee katten maar was de troep en de haren flink zat. Sloerie poepte overal en nergens en de witte haren van Macho waren niet handig gezien de vele zwarte kleren die we destijds droegen.

Maar goed, toen bij mijn buurvrouw Greet -ja, die van de massages en de mindfulness- twee nestjes kittens waren geboren uit twee kattenzusjes ging ik voor de bijl. Pim en Puck mochten beide een kat kiezen. Pim koos een klein zwart katje en noemde hem Panter, en Puck koos voor een prachtige grijze kater en dat werd Muis. Vandaag is het precies 4 jaar geleden dat Muis werd geboren. Wat ben ik blij dat we hem hebben gekregen. Het is geen knuffelkat, maar als ik eens mijn dag niet heb komt hij wel bij me liggen en geeft me kopjes. Hij staat prachtig hoog op zijn poten en loopt statig door de kamer. Één keer heeft hij ons laten schrikken door ruim een week niet thuis te komen. Dat was tijdens de winter twee jaar geleden; het vroor flink en er lag een dik pak sneeuw. Gelukkig stond hij op een ochtend weer voor de deur, hongerig en met een bevroren stuk oor, maar verder was er niets aan de hand. Vandaag is Muis vier jaar geworden. Hieperdepoes, Hoera!

Advertenties

Een verjaardag in het kwadraat

Afbeelding

27 januari 1976 

“Lang zullen ze leven, lang zullen ze leven, lang zullen ze leven in de gloria….” Ik sta als zevenjarig meisje naast mijn ouders. Op de platenspeler ligt een elpee die we vier keer per jaar tevoorschijn halen. Het kost altijd even moeite om de naald precies bij het begin van het liedje te zetten maar toen dat eenmaal was gelukt werd het volume harder gezet en is het tijd voor de jarigen om naar beneden te komen. Een kinderkoor zingt het verjaardagslied en mijn ouders en ik zingen mee. Ik hoor het gestommel al boven aan de trap. Ze zijn in aantocht! Eerst komt mijn zus Loes de kamer binnen en daarachter loopt Piet, mijn grote broer. Beiden nog in pyjama en met een grote glimlach op hun ietwat slaperige gezicht. Ik geef eerst Piet en daarna Loes een dikke zoen. De tafel is al gedekt en op de houten plankjes, die we als bordje gebruiken staan twee cadeautjes te wachten op de jarigen. Ze zijn geen tweeling, maar wel op dezelfde dag jarig. Toen mijn broer twee werd kreeg hij mijn zusje als verjaardagscadeautje. 

Afbeelding

27 januari 2014

De tijd gaat best snel. Ik denk terug aan het jaar 1976; toen werd mijn broer twaalf en mijn zus werd tien. Dezelfde leeftijd als Pim en Puck nu. Ikzelf was bijna zeven.  Ik denk terug aan dat jaar omdat ik me nog kan herinneren dat mijn tante Doortje Adema vijftig werd. Het was een oudere zus van mijn vader en haar vijftigste verjaardag heeft diepe indruk op me gemaakt. Tenminste, genoeg indruk om me er nu nog iets van te herinneren. Ergens in mijn geheugen zie ik mijn tante in een ouderwetse groene jurk, we zongen met zijn allen ‘lang zal ze leven’ en ik vond haar destijds best al oud. 

Ik realiseer me dat mijn broer Piet nu dezelfde leeftijd heeft bereikt. Hem vind ik helemaal niet oud overkomen en dat hij vandaag vijftig is geworden kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Binnenkort volgt Marcoen en over vijf jaar ben ik zelf zo ver. Ik ben benieuwd hoe Pim en Puck later terugkijken op deze periode. Vinden zij mensen van vijftig oud? Ik zal het hen morgen tijdens het ontbijt alvast eens heel voorzichtig vragen….

Schot in de Roos

Boogschietles, dat was iets dat Pim al wilde vanaf zijn achtste levensjaar. Hij zag in zichzelf een ware Robin Hood en dacht dat hij talent had voor deze tak van sport. Door de boeken uit de serie “De Grijze Jager” van John Flanagan werd zijn interesse voor het boogschieten steeds groter en vorig jaar kocht hij van zijn verjaardagsgeld een boog met pijlen. Door die boog en de mantel die oma voor hem had gemaakt kon hij helemaal opgaan in zijn fantasie-wereld en was hij een van de beste jagers van Amersfoort.

Zaterdag kon hij zijn krachten en kunde meten met zijn vrienden. Want voor zijn twaalfde verjaardag mocht hij met zijn oud-klasgenoten naar de boogschietvereniging “Centaur” in Amersfoort. Ze mochten zo’n anderhalf uur schieten met prachtige pijlen en een professionele boog. Om hun arm een leren beschermband, om de vingers een leertje tegen de blaren. Gedisciplineerd deden ze mee; na 1x fluiten door de trainer mocht er geschoten worden, floot hij 2x dan mochten ze de pijlen halen. Rennen was verboden, want boogschieten is een serieuze zaak.

Afbeelding 

Ook Marcoen, Puck en ik mochten meedoen. Puck schoot twee pijlen in het dak, Marcoen en ik schoten beide een keer in de roos. Pim en zijn vrienden genoten, net als wij…

Hierna hebben we een uurtje in het park doorgebracht en uiteindelijk werd de middag afgesloten met patat. Niet uit borden, maar gewoon in hopen op de tafel geleegd. (Wel eerst even kranten en een papieren tafelkleed erop) Mayonaise erbij en eten maar. Geen afwas, gewoon het papieren kleed inelkaar proppen en weggooien. Een kind kan de was doen. De jongens vonden het geweldig!

Afbeelding 

 

David en Goliath

Ik zie Marcoen zoeken in zijn jasje. ‘Dat meent hij toch niet’, denk ik nog even, maar aan zijn gezicht te zien is het toch echt waar. Hij komt dichterbij en vraagt of ik zijn iPhone heb. Nee. Wel de tas met de rest van onze spullen, maar zijn iPhone niet. Even slaat bij ons de paniek toe, want zou de iPhone ooit nog teruggevonden worden, en in welke staat…

Marcoen is hem namelijk niet ‘gewoon’ kwijtgeraakt. Nee, het mobieltje zat in zijn jasje toen hij…. in ‘de Goliath’ stapte, de snelste, hoogste en langste achtbaan van de Benelux. We zijn ter ere van Pim zijn verjaardag in Walibi; de laatste vakantiedag willen we met zijn vieren vieren. 

Een flinke zucht ontsnapt uit mijn mond. Ik wil Marcoen allerlei verwijten maken, want hoe kun je nu…. maar het heeft zo weinig nut. We gaan naar de informatie-balie en Marcoen vertelt wat er is gebeurd. De dame achter de balie is zo aardig om Marcoen gebruik te laten maken van haar computer zodat we via ‘findmyphone’ de iPhone kunnen traceren. We kunnen zien dat hij onder de ‘Goliath’ op de rand ligt bij een vijver. Of hij in of naast het water ligt is onduidelijk. ‘We kunnen pas na sluiting van de achtbaan gaan zoeken’, zegt het behulpzame meisje achter de balie. ‘Dat betekent dat u hier dan kunt wachten terwijl mijn collega’s zoeken want u mag niet zelf rondlopen in dat gebied’. Met een afdrukje van het computerscherm lopen we terug naar de atractie en geven daar het papier af, met onze telefoonnummers erbij.

We besluiten de rest van de middag nog maar te genieten en het lukt me wonderwel om het telefoon-debacle uit mijn hoofd te zetten. In het ergste geval in Marcoen zijn mobiel kwijt. Vervelend, maar er zijn ergere dingen in een mensenleven.

Om zes uur sloten de atracties en vanaf dat moment zaten we te wachten. We zagen hoe de bezoekers naar buiten gingen, de medewerkers de laatste rommel opruimden en de security-mensen nog rondgingen om te kijken of er niemand achterbleef. Uiteindelijk kwam de vriendelijke dame van de informatiebalie naar ons toe: ‘Mijn collega’s hebben een iPhone gevonden en ze vertelden dat de telefoon al een paar keer gebeld is door Nienke.’ Dat kon kloppen, want om de zoekers te helpen had ik regelmatig Marcoens nummer ingetoetst. De medewerksters die aan het zoeken waren hoorden de telefoon rinkelen en konden hem zo makkelijk vinden.

Even later gaven ze de iPhone aan Marcoen. Ongeschonden! Bijna een wonder, want het toestel moet heel wat meters door de lucht zijn geslingerd voor het in het gras onder de achtbaan terecht is gekomen. Misschien moeten we de iPhone voortaan David noemen. Tenslotte heeft het toestel ‘Goliath’ min of meer verslagen…..

Afbeelding

 

 

Hittegolf

Het was de warmste dag van het jaar 2003; ik herinner me het nog als de dag van gisteren. Op die dag, 7 augustus, werd Puck geboren. ’s Ochtends om 2 minuten over 8 kwam ze op de wereld, gewoon thuis in de huiskamer. De thermometer stond op dat moment op 24 graden, die dag zou het uiteindelijk 35 graden worden.

Het zweet gutste van ons lijf, baby Puck had ondertemperatuur en we moesten haar warm houden in dekentjes. De taart die mijn moeder meebracht zakte al snel in elkaar,  slagroom kloppen had geen nut, de visite had het warm, maar wat een feest was het. Terwijl wij eigenlijk gerekend hadden op een ‘Teun’ was ik bevallen van een dochter en werd het dus een ‘Puck’. Samen met Pim een koningskoppel! Een droom kwam uit….

We zijn nu bijna tien jaar verder en het is weer warm. Dochter Puck hangt met haar lange benen over de leuning van de bank. Geen ondertemperatuur. Wel straalt ze dezelfde loomheid uit die ik ervaar. Nog een paar weken en we vieren haar tiende verjaardag. Kleine meisjes worden groot…..

Afbeelding

Vriendschap

Ik kijk de tafel rond; zes vriendinnen zaten hier vanavond gezellig met elkaar te kletsen, we vierden mijn 44ste verjaardag met veel wijn en lekkere hapjes. Het is inmiddels drie uur in het midden van de nacht. Ik voel me rijk en gelukkig. In gedachten ga ik het rijtje vriendinnen af….

Vriendin 1 kwam ik 25 jaar geleden tegen toen we gingen studeren aan de School voor Journalistiek in Kampen. Ik herinner me nog hoe we in de rij stonden op de eerste schooldag. Met deze vriendin ging ik naar Australië. Wij hebben altijd contact gehouden en gelukkig woont ze sinds een paar jaar ook in Amersfoort zodat we makkelijk af kunnen spreken. Een wijntje in Lobbes of een kop thee aan de tafel.

Vriendin nr 2 zat bij ons op school. Haar ouders kwamen uit Sneek en dat betekende dat we af en toe samen naar Kampen en later naar Zwolle reden. Ze kwam tegenover ons huis aan de Molenweg te wonen en woont nu in Haarlem. Met deze vriendin droom ik over de boeken die we gaan schrijven.

Vriendin nr 3 zat ook op diezelfde school, maar het grappige was dat we elkaar toen niet echt goed kenden. Dat contact kwam toen er zo’n 10 jaar geleden nieuwe mensen in de straat kwamen wonen, dat was vriendin nr 3 met haar vriend. Het was een hernieuwde kennismaking die goed is bevallen. We hebben lief en leed gedeeld.

Vriendin nr 4 zag ik voor het eerst in de trein tussen Adelaide en Perth in Australië. We zijn samen, ik denk in 1995, ook naar Indonesie geweest. Soms spreken we elkaar maanden niet, maar we pikken het altijd zo weer op.

Vriendin nr 5 en ik deden gelijktijdig auditie voor de musical “De Onwijze Kater” in Rotterdam. Uiteindelijk werden we beiden aangenomen, ik in het ensemble en zij als een van de katten. We stonden samen in het oude Luxor en hielden sindsdien contact. We woonden een tijdlang dicht bij elkaar.  

Vriendin nr 6 ontmoette ik op een fotocursus. We hadden allebei foto’s van onze –destijds- eenjarige zoontjes. Toen wisten we nog niet dat die twee later goede vrienden zouden worden. Ze kunnen vooral samen goed ‘playmobilen’ en wij kunnen lekker kletsen en houden van de sauna.

Mijn andere vriendinnen konden er gisteravond niet bij zijn, maar dat gaan we binnenkort weer goed maken.

Afbeelding

 PS. De nummering zegt niets over de intentie van de vriendschap. Het zegt iets over het moment dat ze in mijn leven terecht kwamen. En ik in die van hen.

Elf

Om 12 minuten voor 12 werd hij in het ziekenhuis in Amersfoort geboren.Pim Corneel Hopstaken. Het eerste kleinkind van mijn ouders, de vierde kleinzoon van mijn schoonouders. Wat een wonder was het. Die eerste dagen kon ik niets, behalve in bed liggen en kijken. Ik kon uren naar hem kijken, had geen televisie nodig. Zijn eerste lach, het moment dat hij begon te kruipen en te lopen. Allemaal momenten die ik heb gekoesterd en waarvan ik hoop dat ik ze nooit vergeet. Zo vergeet ik ook nooit de opmerking die hij als drie-jarige maakte toen we een keer in de auto zaten. “Mama, als ik een vogel was hield de wind mij vast”.

Ik zie hem nog  voor het eerst in de klas zitten. Met zijn grote blauwe ogen keek hij verbaasd in het rond, twee vingers in zijn mond. Inmiddels hoort hij bij de grote kinderen van de school. Met zijn 1 meter 54 en zijn blonde haar een opvallende verschijning. Een eigen karakter, origineel, fantasierijk. Mijn god, wat houd ik van die jongen. Vandaag vierden we zijn elfde verjaardag. Weer een mijlpaal. Toen hij naar bed ging hebben we nog even nagekletst. Ik heb hem stevig vastgehouden, terwijl ik hem aan de andere kant steeds meer los moet laten. Alsof hij een vogel is. Ik moet er maar op vertrouwen dat de wind hem vast houdt, en hem niet laat vallen.