Stadsmariniers

Ik kijk uit het raam en zie vijf stoere mannen en vrouwen in camouflage-kleding. Twee van hen duiken weg achter onze auto. De drie anderen staan met hun rug tegen de rode bus van de buurvrouw.  Wapens in de aanslag. Wanneer de jongeren die verderop staan met lucifers een doos in brand proberen te steken, slaan de stadsmariniers toe.

Zo’n scene verwacht ik bij de term ‘stadsmariniers’. Ik had er nog nooit van gehoord totdat VVD-raadslid Hanneke Lap aangaf stadsmariniers in te willen zetten tegen de sterk gestegen overlast door jongeren. Het aantal incidenten met jongeren in Amersfoort is het afgelopen jaar met 23 procent gestegen en daar moet maar eens wat aan gedaan worden vond het raadslid. In Rotterdam en Breda heb je ook stadsmariniers en inzet van deze mensen zou misschien ook wel een goede oplossing zijn voor de overlast in Amersfoort.

Ik zag meteen topfitte gespierde mannen en vrouwen voor me waar je als jongere echt ontzag voor hebt. Getrainde mariniers met hun wapen in de aanslag. Maar ik zit er helemaal naast. Het gaat om ‘gewone mensen, ambtenaren, met een speciale bevoegdheid die in alle delen van de stad opereren en kunnen ingrijpen. Opsporingsambtenaren met een ruim veiligheidsmandaat’. Klinkt mooi maar hebben we die niet eigenlijk al? We hebben immers al gebiedsmanagers.

Die gebiedsmanagers zijn toch ook al een soort superambtenaren die weten hoe het zit met de veiligheid in hun wijk en die contact hebben met verschillende partijen die met jongeren werken? Misschien is één manager per gebied wat weinig en kan er naast elke ‘gewone’ gebiedsmanager een manager worden aangesteld die speciaal gericht is op jongeren.

Maar misschien is het nog beter om hiervoor extra wijkagenten in te zetten. Die zijn dikwijls goed op de hoogte welke jongeren in hun wijk rondlopen en hoe het zit met eventuele criminele activiteiten. Ze zijn voor dit werk opgeleid, hebben volgens mij voldoende bevoegdheden en kennen de wijk en de verschillende instanties op hun duimpje. Kortom; we moeten gewoon wat meer geld steken in het aannemen van voldoende, capabele wijkagenten!

Zitten we wel met die term. Wijkagent klinkt niet zo flitsend en stoer. Misschien kunnen we hen voortaan gewoon stadsmariniers noemen. Is dat imagoprobleem ook weer opgelost!Duran en Spek bij het Neptunusplein

Het vuurtje opstoken

IMG_9516

,,Hmm….het ruikt heerlijk buiten!” Ik loop vanuit de tuin via de openslaande deuren naar binnen en vertel meneer Enzofoort dat de eerste BBQ alweer is aangestoken in de Kruiskamp. Het barbecue-seizoen is geopend en daar ben ik blij om. Ik verheug me op het samen buiten eten en het gepiel met vlees op het rooster. Tot nu toe is het daarvoor te koud geweest en genoten we van de open haard in ons huis. We stoken best vaak. Vooral nadat ik meneer Enzofoort een pallet brandhout cadeau gaf op zijn verjaardag om het vuurtje weer eens op te stoken. Ik kan er uren naar kijken en word er rustig van.

Soms kom ik in een ruimte en dan ruik ik weer die bijzondere houtlucht die in mijn vaders werkplaats hing. De geur van gezaagde planken vermengd met de heerlijke lucht die uit de houtkachel kwam. De houtkachel waarop mijn vader op oudejaarsavond zelfs oliebollen bakte.
Als kind genoot ik van de lekkere rooklucht in zijn trui, veel beter dan de vieze sigarettenlucht die ook wel eens om hem heen hing. Toen hij last van zijn longen kreeg is hij van de ene op de andere dag gestopt met roken, maar de houtkachel bleef wel branden.

Ik dacht dat het branden van een open haard of houtkachel ongevaarlijk was. Het leek me juist schoon en natuurlijk. Tot de partijen GroenLinks en de ChristenUnie in Amersfoort een motie hadden ingediend tegen de overlast van houtrook. Mijn eerste gedachte was; wat overdreven, waar bemoeien ze zich mee! Maar nu ik me er wat meer in verdiept heb schrik ik. De uitstoot zorgt voor veel fijnstof, dioxine en andere kankerverwekkende stoffen. Dat wist ik echt niet.

Misschien dat meneer Enzofoort en ik over tien jaar wel tegen elkaar zeggen; hadden we maar geweten dat het stoken van de open haard of houtkachel zo ongelooflijk gevaarlijk was, dan hadden we het niet gedaan. Maar momenteel zit ik nog in de fase waar veel rokers ook nog in zitten; het zal allemaal zo’n vaart wel niet lopen. Kortom; ik steek nog even mijn kop in het zand. In ieder geval de komende zomer. En winter. Want we hebben nog een hele voorraad hout liggen…