Mevrouw de Bruijn

Afbeelding

“Spaart u ook punten?”, vroeg mevrouw De Bruijn steevast. “Nee hoor!”, antwoordde ik dan. Mevrouw de Bruijn pakte daarna de vleeswaren en het rundergehakt in, gaf me het zakje en het wisselgeld en meestal zei ik dan “Tot morgen…” en ging ik de winkel weer uit.

Al zo’n vijftien jaar komen Marcoen en ik een paar keer per week bij slagerij De Bruijn op het Neptunusplein in Amersfoort. Voor de kinderen was het een waar feestje, want ze kregen altijd een plakje worst. Wij waardeerden ondermeer de rookworsten van deze keurslager. Die worsten worden bejubeld en bekroond, hun rundergehakt is de lekkerste die ik ooit geproefd heb en de liefde voor het vak straalt van elke medewerker af.  

Het is een echt familiebedrijf: meneer en mevrouw de Bruijn waren lange tijd de spil in de zaak, maar naar mate de jaren vorderden namen hun zonen Fred, Jeroen en Patrick steeds meer van hen over. Op de zaterdagen en tijdens de vakantie helpen ook een paar kleinkinderen van meneer en mevrouw De Bruijn mee in de zaak.

De laatste jaren ging mevrouw De Bruijn er steeds vermoeider uitzien. Ze was ver over haar pensioenleeftijd heen maar bleef in de winkel staan zolang ze kon. “Thuiszitten is niets voor mij”, vertelde ze eens. Zij en haar man gingen ook bijna nooit op vakantie. Een week  per jaar naar hun huisje in Zwitserland, dat was echt het maximum. 

Het viel me op dat mevrouw de Bruijn de laatste tijd wel vaak het aantal producten controleerde en dat ze soms bijna stiekem tegen de balie leunde. Het leek of ze erg vermoeid was, maar ja….wat wil je wanneer je tegen de tachtig loopt!

Op een dag stond mevrouw De Bruijn niet meer in de winkel. Een van haar zonen -ik weet niet welke want ik weet nooit welke naam bij welk gezicht hoort- vertelde dat ze last had van haar geheugen en naar een zorgboerderij ging. Alleen thuis zitten ging niet, en werken in de winkel lukte ook niet meer. 

Twee weken geleden was ik thuis en dacht ik ineens aan mevrouw de Bruijn. Gek, want ze had al maanden niet meer in de slagerij gestaan en ik begreep niet zo goed waarom ik juist op dat moment aan haar dacht.  Ik bedacht me dat ik haar echt wel miste tijdens mijn rondje boodschappen doen.  Toen ik die dag in de slagerij kwam vroeg ik aan één van haar zonen hoe het met mevrouw De Bruijn ging. “Niet goed”, antwoordde hij. “Vlak na Kerstmis had ze erg pijn in haar buik. Na onderzoek bleek ze uitgezaaide kanker te hebben en ze is meteen opgenomen in een hospice.” Ik schrok en kwam even niet meer uit mijn woorden. 

Vandaag stond ik in de slagerij voor een rookworst en een zakje spekjes. Eén van de medewerksters vroeg me: “Jij vraagt toch nog wel eens naar mevrouw de Bruijn?”, ik knikte en wist eigenlijk al wat ze zou gaan zeggen. “Mevrouw de Bruijn is afgelopen zaterdag overleden….”. 

Afbeelding

 

 

Advertenties