Theepot

(Onderstaande column is gepubliceerd in Aedes Magazine, waar ik maandelijks in schrijf)IMG_6098

“Wat zal ik hier mee doen?”, mijn schoonmoeder kijkt me vragend aan. In haar hand heeft ze een ronde koektrommel. De trommel herinnert mij aan mijn eigen jeugd; ook mijn ouders hadden zo’n exemplaar. Bij ons zat er nog een knopje op de deksel, maar op de trommel die mijn schoonmoeder omhoog houdt ontbreekt dat. Ook is hij op sommige plekken kaal en glimmend. “Volgens mij ben je er nog aan gehecht”, is mijn reactie. Ze knikt “Ja, we hebben hem al zo lang. We kregen hem tijdens ons huwelijk, bijna 60 jaar geleden”. “Gewoon houden dan”, is mijn antwoord. Mijn schoonmoeder geeft me de  trommel aan en ik stop hem in één van de dozen.

Ik kijk naar de broze handen van mijn schoonmoeder. Over de tachtig zijn en dan verhuizen is een hele klus. Al weken zijn ze er mee bezig. Alle spullen die ze hadden verzameld zijn door hun handen gegaan. Vele ritjes naar de kringloop en de vuilstort waren het gevolg. Ik kijk nog eens goed rond. Zesendertig jaar hebben ze hier gewoond, jaren vol herinneringen. De foto waar hun drie kinderen op staan is al van de muur gehaald. De schroef waar het lijstje aan hing hangt er nog. Daaronder zie je een soort afdruk van de fotolijst.

Ik reik naar een theepotje, pak hem in en leg hem naast de koektrommel. Nog een paar theedoeken om de verhuisdoos op te vullen en dan kan deze ook weer dicht. “Keuken” zet ik er met markeerstift op. Ik zet de doos in de gang. We gaan door. De ene na de andere doos vult zich. Zou alles in de nieuwe keuken passen? Mijn schoonouders verhuizen van een grote woning met tuin naar een appartement midden in het dorp. Met lift, zodat ze niet meer de trap op hoeven.

Mijn schoonmoeder staart naar buiten. Ze is moe van alle emoties. “Zullen we even wat drinken?”, stel ik voor. Ze knikt. Als het water voor de thee kookt kijken we elkaar aan. We lachen. “Weet jij nog in welke doos de pot zit?” vraagt ze. Ik knik.

Advertenties

Heel Holland Moestuint

IMG_5571Mijn schoonmoeder kwam een paar weken geleden langs. Ze dook in haar tas en haalde er drie bakjes uit. ,,Kijk, voor Pien”, zei ze. Het zijn kleine vierkante bakjes. ‘Moestuintje’, lees ik op de verpakking en ik kreun zachtjes. Pien neemt enthousiast de bakjes in ontvangst en geeft oma een dikke zoen. ,,Oh nee,” denk ik, ,,toch niet weer een actie?”. Helaas wel. Ook deze keer ontspring ik de dans niet want mijn schoonmoeder blijft dit soort spaarspullen aanvoeren. En ik heb er zo’n hekel aan! Ik gun mijn dochter de lol, maar ik weet nu al dat ik over een paar weken niet meer weet wat ik met alle bakjes moet doen. De boerderij-mini’s hebben nog maar net mijn huis overgenomen en nu komt er alweer een invasie aan moestuintjes. Gelukkig zijn de wuppies inmiddels allemaal in de vuilniszak gevallen en ook heb ik de AH-mini’s stiekem weg kunnen gooien. Maar aan deze nieuwe rage ontkom ik voorlopig niet.

Buren, tantes en anderen voeren nog meer bakjes aan en dochter Pien gaat voortvarend te werk. Overal in huis vind ik aarde. Wanneer ik op een ochtend de huiskamer in kom zie ik vier bakjes op de grond liggen. De aarde ligt er half uit en de plantkaartjes liggen er los naast. De chaos is compleet maar de kat kijkt me schijnheilig aan alsof er niets is gebeurd. ,,Mam, ik koop zo’n tuintje hoor, dan kan ik daar de losse bakjes in zetten”, zegt Pien. Ik vind het allemaal prima. Eén voor één worden de bakjes in ‘het tuintje’ gezet. Er ontbreken nog twee maar Pien is niet zo fanatiek dat ze bij de uitgang van de winkel gaat staan om zo aan haar moestuintjes te komen. In de weken die volgen vertel ik Pien meerdere malen dat het handig is om de bakjes te bevochtigen want om te ontkiemen moet er wel water bij. ,,Ja, dat doe ik zo…” is haar antwoord steevast. Maar actie blijft uit.

Alleen de sla-plantjes zijn nu te zien. De grond in de rest van de bakjes lijkt op verdroogde aarde uit de woestijn. Hoe zou het zijn met de andere 44 miljoen bakjes die door heel Nederland zijn verspreid ? Ik vrees het ergste.

Lelijk, Lelijker, Lelijkst

“Nee joh, die is echt niet lelijk genoeg!”, zegt Marcoen terwijl hij naar de sleutelhanger kijkt die Pim omhoog houdt. “En deze dan?”vraagt Puck. Ze wijst naar een koelkastmagneet met daarop de afbeelding van de ‘Pont d’Avignon’. Hmmm…. ik twijfel. Dan valt mijn oog op een onooglijk stokje dat de beroemde brug in Avignon moet voorstellen. “Volgens mij is dit hem”, ik kijk naar de rest en ze knikken instemmend. Missie voltooid; wij hebben dit jaar vast het meest lelijke souvenier gevonden en verheugen ons nu al op de fles wijn die we daar mee kunnen verdienen.

Afbeelding

Dit behoeft misschien wat uitleg. Mijn schoonmoeder die in Eemnes woont spaart lelijke souveniers. Ze vraagt aan haar familie en vrienden om een lelijk en niet al te duur souvenier mee te nemen. Dat doet ze al jaren en op de logeerkamer staan ze allemaal te pronken op verschillende planken. Jaarlijks komen er zo’n 6 souveniers bij en een onafhankelijke jury komt na de zomervakantie bijeen om te kijken welke het lelijkst is. Die jury weet niet precies wie welke vakantie-herinnering heeft meegenomen want dat is toch wel het eerlijkst. Elk jaar horen we tijdens de verjaardag van mijn schoonvader wie de prijs heeft gewonnen. 

Ik kan je zeggen; wij doen fanatiek mee aan deze merkwaardige hobby. Eén keer waren we op een drielandenpunt en de mevrouw van de souvenierwinkel werd steeds chagrijniger. Ze verstond ons en vond het helemaal niet grappig dat we zo respectloos over haar mooie souveniers spraken. Ooit wonnen we met een plastic Mariabeeldje uit Griekenland waar wij-water in kon, ook gooiden we hoge ogen met een suf eierdopje uit Frankrijk. Dit jaar hebben we dus dit rare stokje meegenomen dat de beroemde brug van Avignon moet voorstellen.

In Zuid-Frankrijk was ik ervan overtuigd dat we zouden gaan winnen, tot ik het souvenier van mijn schoonzus zag. Zij was in Drenthe geweest en heeft daar een oerlelijke hunebed op de kop getikt; een soort puzzel van klei. Het zal erom spannen…… Eind oktober weten we meer.