Boe!

Mijn hart klopte in mijn keel. Stilletjes stond ik in een steegje uit te hijgen. Ik was 15 jaar en fietste met twee vrienden richting huis na een avondje theater op school. Een politieauto kwam de hoek om en en ineens riep Jan: ,,Wegwezen, ik heb geen licht”. Terwijl ik een sprint inzette en naar rechts stuurde, ging Jan linksaf. Marieke nam de weg rechtdoor. Mijn enige doel was; een boete ontlopen want ik wist dat mijn licht het niet deed. Het ijzerdraadje van mijn dynamo naar het lampje zat los en een boete moest ik zelf betalen.

Inmiddels heeft Teun de leeftijd die ik toen had. Hij heeft geen dynamo op zijn fiets want in zijn lamp zit een batterij. Meneer Enzofoort en ik vragen geregeld aan de kinderen of hun licht het nog doet. Dit om boetes, maar vooral ook ongelukken te voorkomen want zonder licht ben je zo slecht zichtbaar in het donker.

Om ongelukken te voorkomen wordt ook aangestuurd op een app- en bel-verbod voor fietsers. Minister Schultz van Haegen werkt aan een wet hiervoor. De vader van de dertienjarige Tommy-Boy, leerling van het Vathorst College, is één van de drijvende krachten achter dit verbod. Zijn zoon keek vorig jaar net even op zijn mobiel toen hij een weg overstak. Hij werd geschept door een auto en overleed. Je moet er toch niet aan denken dat het je eigen kind overkomt!

Ik fiets vaak op het fietspad langs de Holkerweg in Schothorst en roep dan wel eens “boe!” naar tegemoetkomende fietsers die op hun mobieltje zitten te turen. De verbaasde blikken die je dan krijgt! Toch moet ik eerlijk toegeven dat ik zelf ook wel eens de neiging heb om mijn mobiel te pakken. Dan hoor ik een piepje in mijn jaszak en moet ik moeite doen om niet tijdens het fietsen toch even op het schermpje te kijken. Een verbod is wel zo duidelijk; geen mobiel op de fiets en anders een flinke boete. Ik heb wel mijn twijfels over handsfree bellen met oortjes in, want dat mag straks nog wel. Als ik dan hard  “boe!” roep, horen de fietsers het niet eens. Toch jammer.

img_4241

Advertenties

Het grote loslaten….

IMG_4862Het is stil op de weg. De klok op het dashboard geeft 0.54 aan. Nog één rotonde en ik ben bij het Vathorst College. Terwijl ik de bocht neem zie ik de contouren van drie mensen. Mijn zoon Pim zit naast zijn tas, zijn blonde haar valt op in het donker. Naast hem staat een volwassene. Verderop staat nog iemand tegen de muur geleund, zijn houding straalt ergernis uit. Ik stop de auto en stap uit. Eigenlijk moet ik wel lachen; Pim is de allerlaatste die wordt opgehaald. De andere leerlingen zijn al weg. Het verbaast me niets.

Twee dagen was hij met zijn klasgenoten naar Parijs geweest en de leerlingen zouden hun ouders bellen op het moment dat de rit nog ongeveer een half uur zou duren. Ik zat vanaf elf uur klaar. Even na half één belde Pim; ,,Mam, ik sta al op school. Mijn telefoon was niet opgeladen en ik had je nummer niet. ”. Typisch Pim. Ik ben meteen in de auto gestapt en hier sta ik dan. Super dat Luuk, één van de docenten, is blijven wachten. Net als de conciërge van school. Ik ben blij dat Pim er niet alleen stond. Dat ik een beetje baal van het feit dat ze op Pim hebben moeten wachten moet ik loslaten.

Over loslaten gesproken; het is me best goed gelukt. Terwijl Pim zijn tas aan het inpakken was heb ik me stil gehouden. Ik had honderdduizend adviezen willen geven maar heb alleen gezegd dat hij op zijn portemonnee moest letten. En het was vooral meneer Enzofoort die zich de afgelopen dagen hardop afvroeg hoe het met Pim zou zijn. Nu zit mijn zoon naast me in de auto, midden in de nacht. Vol verhalen over hoe leuk het is geweest. ,,Ik vond die kerk op de berg echt heel mooi en er was ook een lange glijbaan maar daar hadden we een kaartje voor moeten kopen beneden.” Ik begrijp niet alles van zijn verhaal maar ben blij dat hij zo enthousiast is.

Trots kijk ik naast me. Dertien jaar inmiddels. Hij groeit op, ik word wijzer. Hij zoekt zijn eigen weg, ik laat hem los. Hij gaat zijn gang, ik probeer hem op koers te houden. Al dertien jaar werk ik hard aan mezelf om hem los te laten. Van de eerste keer alleen naar de speeltuin tot nu twee dagen naar Parijs. En dit is nog maar het begin. Het is stil op de weg. Pim  kletst honderduit.

Nieuwe Fase

Afbeelding

‘Dag Lieverd, veel plezier’. Ik geef Pim een kus en kijk hoe hij naar zijn fiets loopt. Rugzak om, lange haren, lichte tred. Vandaag gaat hij voor het eerst naar de middelbare school. Uit alle scholen uit de regio koos hij het Vathorst College, een school met veel aandacht voor theater en muziek. Een school waar de klassen niet langs de docenten gaan, maar waar de docenten naar de klas toe komen. Een school waar gelijkwaardigheid en eigen verantwoordelijkheid hoog in het vaandel staan. Ik hoop dat het een school is die bij Pim past.

Het brengt me terug naar mijn eigen middelbare school; Het ‘Jan Brugman College’ in Bolsward. Later werd het de ‘Titus Brandsma Scholengemeenschap”.  Toen ik in de zesde klas van de lagere school zat had ik volgens mij de keuze uit twee of drie middelbare scholen. Het Jan Brugman College stond bijna naast de lagere school en een groot deel van mijn klas ging er naar toe.

Van mijn eerste dag op de middelbare school weet ik niets meer, maar als ik denk aan al die jaren die ik er heb doorgebracht is er maar één conclusie; het was een prachtige tijd. Eerst Havo en daarna VWO. Een paar namen van docenten: Zwamborn (tekenles) Prins (Biologie) De Haas (Aardrijkskunde) Goslinga (Frans?) Beunders (Wiskunde), Wendel (Frans), V.d. Wouw (Gym) Bomhof (Duits) Roobeek (Duits) Gerritsma (conciërge) en mijn leraren Nederlands: Van der Brink & Van Limpt. Nu is de naam van één van mijn favoriete leraren me ontschoten; hij gaf scheikunde. Leuke leraar, vreselijk vak. Ook hadden we ooit een leraar Engels die bij de Bagwan zat en die we mochten aanspreken als “Swami deha Sambavo”.

Verder herinner ik me vooral dingen als: de jaarlijkse cabaretvoorstellingen, het meedoen aan een school-cabaret-wedstrijd in Den Haag, muziek- en poëzie-avonden, het maken van de schoolkrant en het organiseren van een optocht tegen kruisraketten; daar deden uiteindelijk heel veel mensen aan mee. Ook hebben we ooit bij de KRO opgetreden met de schoolband “De Brinky Gang”, genoemd naar één van onze favoriete leraren. We wonnen de tweede prijs en kwamen met het nummer “Proud Mary” op de radio. Ik hoop dat Pim over een jaar of vijf, zes ook kan terugkijken op een fijne middelbare schoolperiode. Een periode waarin hij zichzelf gaat leren kennen, zichzelf zal tegenkomen en een periode waarin hij al paar stappen zet richting volwassenheid.

Afbeelding

Kogel door de Kerk

Het is een eindje fietsen, maar dan heb je ook wat. Vandaag kwam ik er weer langs: Het Vathorst College, de Middelbare school die Pim op het oog had. Of moet ik zeggen; op het oog heeft. Afgelopen vrijdag heeft Marcoen hem ingeschreven via de computer en –jippie- Pim heeft volgnummer 65. Dat betekent dat hij er in ieder geval terecht kan. Ze hebben op het Vathorst College een stop bij 170 leerlingen, vandaar dat ik wel blij ben met dit getal. Woensdag horen we de uitslag van de Cito, maar dat maakt me eigenlijk helemaal niets meer uit. Mijn zoon kan in ieder geval naar de school waar hij graag naar toe wil.

Afbeelding

Ik heb de Visie van het Vathorst College even van internet geplukt:

Het Vathorst College is een openbare school en onderschrijft de volgende uitgangspunten: ‘iedere leerling is welkom’, ‘wederzijds respect’ en ‘actieve participatie’. Wij maken werk van de pluriformiteit van onze samenleving. Als je weet wat anderen beweegt, kun je beter met elkaar samenleven.

Wij kiezen voor een positief uitgangspunt omdat dat stimuleert, onderzoek op gang brengt, een beroep doet op het goede in mensen en hen in zichzelf en anderen laat geloven. Daarom moet de afstand tussen docent en leerling zo klein en zo gelijkwaardig mogelijk gehouden worden. Dan wordt zichtbaar dat er sprake is van wederzijds belang, waarbij iedereen zichzelf kan zijn en zijn verantwoordelijkheid neemt.

Het verwerven van kennis en vaardigheden is het gevolg van overdracht door de docent én ook het resultaat van het denken en doen van de leerling zelf. Hij moet zoveel mogelijk zijn eigen leren organiseren en vormgeven. Nieuwe informatie wordt dus niet kant-en-klaar aangeboden maar de leerling gaat er zelf mee aan de slag. Op het Vathorst College mag de leerling altijd zijn mening geven. Hij laat zijn denkvermogen veelvuldig prikkelen en gaat lastige vragen niet uit de weg

********

Ik ben blij met Pim zijn keuze, maar ben wel benieuwd of hij ‘zijn eigen leren kan organiseren en vormgeven’. Ik denk -en weet eigenlijk wel zeker- dat wij hem daarbij moeten ondersteunen. Een soort thuisbegeleiding, maar dan bij mijn eigen kind. Wat trouwens ook wel leuk is om te lezen: wat er verwacht  wordt van de docenten. Zie www.vathorstcollege.nl   en dan bij vacatures/profiel medewerkers. Dat moet wel goedkomen….