Stilletjes

Ze staat er niet. Al een paar weken niet. De eerste paar dagen verwachtte ik haar elk moment weer voor de Jumbo op het Neptunusplein, maar inmiddels denk ik dat ze misschien wel nooit meer terugkomt. Haar naam is Lily. Ze staat al jaren rechts van de deur. De Straatkrant in haar hand. Ooit heb ik geprobeerd een praatje met haar aan te knopen omdat ik nieuwsgierig was. Nieuwsgierig naar haar leven, nieuwsgierig naar haar achtergrond. Maar helaas. Ze sprak amper Nederlands. Ze maakte me duidelijk dat ze uit Bulgarije kwam en twee kleine kinderen had. Verder kwam ons gesprek niet.

Nu staat ze er niet meer en dat is een opluchting. Raar natuurlijk, want wat maakt het uit wanneer iemand voor de supermarkt staat te bedelen? Je hoeft niets te geven! Toch voelde het elke keer weer vervelend wanneer ik langs haar liep en haar niets gaf. De keren dat ik haar wel geld gaf voelden ook niet goed. Ik heb weleens proberen in te schatten hoe lucratief het was om daar te staan. Misschien verdiende ze per uur wel meer dan ik. Toch moet ik er niet aan denken zelf op die manier aan mijn geld te komen. Wachten tot iemand je iets toestopt. Nu staat er niemand meer te wachten, dat is gek na al die jaren.

Vijf jaar geleden stond ze er al. Ik had destijds een oude Nokia. Daar kon ik mee bellen en een spelletje ‘snake’ op spelen. Meer niet. Lily had toen al een smartphone. Ze werd in die tijd ook opgehaald door een man in een Mercedes. ‘Ze kan er gewoon een auto op nahouden’, dacht ik. Rare gedachtes en ook oordelend. Misschien was het gewoon een aardige kennis en had ze een goedkope telefoon op de kop getikt. Maar nu is ze dus al een paar weken weg. De meisjes achter de kassa weten ook niet waar ze is. Mijn gedachten gaan met me op de loop. Mag ze er niet meer staan van de filiaalchef? Zou ze genoeg verdiend hebben en terug zijn gegaan naar Bulgarije? Heeft ze een echte baan gevonden? Is ze ziek? Of heeft ze vakantie en komt ze binnenkort weer terug? Wie het weet mag het zeggen.

img_8134

Advertenties