Een Ommetje

,Ze zit me op mijn hielen”, bedenk ik me terwijl ik de ommetje-app inspecteer. ,,Nog een paar punten en ze haalt me in.’’ Op mijn werk-WhatsApp verschijnt een foto van een donkere straat. Mijn collega is vanmorgen al voor dag en dauw opgestaan om een wandelingetje te maken. Ze heeft hiermee wel 18 punten verdiend. Omdat ze voor 9 uur heeft gewandeld krijgt ze extra punten. Nu móet ik vandaag mijn ommetje wel maken, anders kom ik op achterstand.

Ik heb, net als vele anderen,  de ommetje-app van de hersenstichting gedownload op mijn mobiel. Ik heb het echt nodig om regelmatig te wandelen. Om mijn hoofd leeg te maken en mijn lijf in beweging te zetten na een dag achter de laptop aan de keukentafel. Zo probeer ik somberheid buiten de deur te houden en mijn conditie op peil te brengen.

Je kunt zelf je eigen wandelcompetitie starten met collega’s, vrienden of familie. Op de ranglijst zie je hoe jouw positie is ten opzichte van de anderen. Ik zit inmiddels in drie groepjes. Mijn collega’s vormen sinds deze week een groep,  ik ‘wandel’ met mensen uit mijn straat en ik zit in een groep met bekenden en onbekenden uit Amersfoort. En echt hoor, het werkt! Normaal gesproken wandel ik ook wel drie tot vier keer per week, maar sinds ik de app heb geïnstalleerd is het mijn eer te na om een dag over te slaan en ben ik net iets fanatieker.

Ik vind het ook zo’n gezellig woord; een ommetje. Dat klinkt als een makkelijk te behalen doel. En hoewel je de meeste wandelingen in je eentje maakt wandel je voor je gevoel toch een beetje samen. Het schept een band en dat kan ik wel gebruiken tijdens deze zware periode. Normaal gesproken kom ik ’s avonds na negenen terug van mijn ommetje, omdat ik vaak pas na het achtuurjournaal de moed heb gevonden om in beweging te komen. Misschien toch maar eens proberen of ik diezelfde wandeling ’s ochtends vóór 9 uur kan maken. Ik ben niet echt een ochtendmens, maar als het me meer punten oplevert….

Het moet geen wedstrijd worden…

,,Schat, dat meende je toch niet echt…?” Mevrouw Bolsius maakt zich klaar om naar bed te gaan en loopt naar de badkamer. Ze heeft net gekeken naar de digitale nieuwjaarsreceptie van Amersfoort. Het was een leuke uitzending maar het eind verraste haar. ‘Ik wil de eerste grote stad van Nederland zijn die helemaal gevaccineerd is’ had haar man Lucas aan het einde van de uitzending gezegd. Toen hij even later thuiskwam had hij meteen zijn ambtsketting met pak verruild voor een ruitjes-pyjama. ,,Ja”, antwoordt hij terwijl hij naar zijn bed loopt. ,,Het is wel weer eens tijd dat Amersfoort de voorpagina van de landelijke kranten haalt”. 

Meneer Jansen kijkt naar zijn vrouw die zich klaar maakt om naar bed te gaan. Ze is manager bij het Meander Medisch Centrum. Op haar bovenarm heeft ze een pleister. ,,Maak je niet zo druk, lieverd”, zegt hij. ,,Dat kun jij makkelijk zeggen”, antwoordt ze nijdig. Ze pakt  haar tandenborstel en poetst woest haar vieze smaak weg. Ze is gevaccineerd, net als veel van haar collega’s op de kritieke afdelingen, maar ze baalt. Mensen denken dat ze voordrong tijdens de vaccinatie. Het verhaal ligt genuanceerder. Halverwege de vaccinatie bleek dat het ziekenhuis minder vaccins kreeg dan verwacht, zij had haar prik toen al binnen. Natuurlijk snapt ze ook wel dat collega’s die echt op de werkvloer werken de prik eerder verdienen dan zij. Zij werkt immers vanuit kantoor.  Ze is geschrokken van aandacht die het Meander heeft gekregen.

Mevrouw Bolsius kruipt naast haar man. ,,Misschien is het toch handiger om op dit punt niet zo ambitieus te zijn. Zorg er nu maar gewoon voor dat Amersfoort een gemiddelde stad blijft, en niet al te veel opvalt. Weet je Lucas, vaccineren is geen wedstrijd. Voor je het weet ontstaat onrust en verdeeldheid en slaan mensen elkaars hersenen in om als eerste dat vaccin te krijgen. Kom je daarmee in de krant. Dat wil je toch niet, schat? Schat…!”  Bolsius snurkt zacht. 

Autoluwe binnenstad is leuk, maar die app…

,,Kijk Teun, als je die website opent op je mobiel dan zie je dit”, mijn man laat het scherm van zijn telefoon zien aan onze 19-jarige zoon. ,,Via ParkStart kun je de auto van bezoekers registreren.’’ Mijn zoon pakt de telefoon en probeert het uit. ,,Huh?”, zegt hij terwijl zijn wenkbrauwen omhoog schieten, ,,dit is toch geen app.” Hij begint keihard te lachen en geeft het mobieltje terug. ,,wat een bizar slechte site.”

Hij heeft gelijk. Wij hebben inmiddels door hoe we onze visite aan kunnen melden maar het blijft elke keer weer een gedoe. Nu moeten bewoners van de binnenstad deze ‘app’ ook gaan gebruiken omdat het centrum autoluw wordt gemaakt. Punt is dat hun bezoek binnen 15 minuten moet zijn aangemeld nadat ze het centrum zijn binnengereden. Dat zal flink wat stress opleveren, helemaal wanneer het ook nog even duurt voordat de visite een parkeerplaats heeft gevonden. 

Nou heb je als gemeente Amersfoort zo’n groot project in handen als het autoluw maken van de binnenstad. Er wordt over alles nagedacht; door welke straten mag er nog wel gereden worden, welke verkeersborden moeten er komen? Dat lijkt allemaal prima geregeld en dan investeer je niet in een goede, duidelijke app waardoor het voor iedereen eenvoudig is om bijvoorbeeld bezoek aan te melden of een tijdelijke ontheffing aan te vragen? 

Ik begrijp daar helemaal niets van. Al jaren lopen we te kloten.  Vier jaar geleden was dat via Key2Park. Toen dat een ramp bleek kwam er ParkStart maar dat is niet veel beter. Er is dikwijls over geklaagd en gesproken maar een oplossing is er nog niet gevonden. Dus wees niet verbaasd dat er nu weer klachten over komen. Dat was te voorspellen. Inmiddels is er een speciaal hulpteam in het leven geroepen om mensen uit te leggen hoe ze visite moeten aanmelden. Dat zegt wel iets over de kwaliteit van de app. Dus kom op gemeente. Zorg nu voor eens en voor altijd voor een goede parkeer-app. Dat zou een hoop onrust schelen. 

Ik verlang stiekem naar vuurwerk…

Ik heb mijn zin gekregen, maar of ik er nu zo blij mee ben… Al jaren roep ik dat we moeten stoppen met het zelf afsteken van vuurwerk. Gevaarlijk voor ogen, oren en handen. Slecht voor het milieu en vervelend voor dieren. Dus eigenlijk moet ik nu blij zijn; geen vuurwerk vanavond en dus ook geen rotzooi op straat morgen. Maar nu het zo ver is voelt het leeg. Ik wil dit onwerkelijke rotjaar graag afsluiten en wat ik niet had verwacht;  ik verlang stiekem naar vuurwerk. Mooie pijlen om het afgelopen jaar te vergeten en wat knallen om de boze geesten voor het komende jaar te verdrijven. 

Voorgaande jaren werd er altijd een klein feestje gevierd in onze straat. Na middernacht liepen we naar buiten met een fles bubbels en wat extra glazen en wensten elkaar een goed nieuw jaar toe. Mijn buurman van over de negentig kwam steevast naar buiten met twee proppen watten in zijn oren, die hij er even uit haalde om mijn nieuwjaarswens te kunnen horen. Daarna een dikke knuffel en dan duwden we ook hem een glaasje in zijn handen. Mijn buurjongetje stond binnen met slaperige ogen tegen het raam geplakt om het vuurwerk te zien. Door binnen te blijven hoorde hij de knallen niet zo hard. 

Maar zoals het er nu naar uitziet blijft het vanavond stil op straat. Geen omhelzingen, hoogstens wat knalerwten.  Ik heb nog even overwogen om mijn buren te vragen met wat pannen en houten lepels naar buiten te komen om zo het oude jaar uit te luiden en de boze geesten te verdrijven, maar dan lijken we net wappies en dat wil ik te allen tijde voorkomen.

Ergens hoop ik dat de kerken om middernacht hun klokken luiden en dat de moskee achter ons huis een geluidsband laat horen met vuurwerkgeluiden. Niet die keiharde knallen, maar het gefluit van vuurpijlen met wat lichte plofjes. Dan denk ik zelf de oh’s en ah’s er wel bij. Hopelijk komt er volgend jaar een vuurwerkshow op het Eemplein en mogen we elkaar dan weer omhelzen. Dat zou toch heerlijk zijn!

Cracker, barritas en chocola

,,Alsjeblieft, een pakketje voor u.” Voor me staat een jonge vrouw naast haar bakfiets. Ze is fietskoerier. Haar wangen zijn rood van de inspanning. Ik neem de doos aan en mijn hart maakt een sprongetje. Voor mij! Van mijn werkgever. Een welkome verrassing tijdens deze nare, onrustige periode.

Even later sta ik met een schaar in de aanslag om de doos te openen. ,,Net als vroeger”, flitst het door mijn hoofd. Als kind was ik al dol op kerstpakketten. Ik stond er vaak met mijn neus bovenop wanneer mijn moeder de doos opende. Dat verwachtingsvolle gevoel! De hele familie stond er omheen, het was echt een momentje. In mijn herinnering zaten er altijd bakjes in van bladerdeeg, een blik ragout, bijzondere snacks die we zelf nooit kochten en een rollade. Het kerstpakket was echt een luxe in die tijd. Een mooie aanvulling voor de feestdagen. 

Ik zet mijn eigen pakket op tafel en doe de doos open. Wat ziet het er leuk uit! Het thema is ‘gezondheid’ want tussen de papiersnippers zie ik crackers, zonnebloempit-barritas, vitaminwater en een reep chocola. Er zit ook een goed afsluitbare lunchpot in waar we soep of yoghurt in kunnen doen voor als we ooit weer eens naar onze werkplek kunnen.

Ik lees dat het pakket is ingepakt door mensen die bij een sociale onderneming werken en een deel van de opbrengst naar een goed doel gaat. Dat is toch ook wel weer mooi. Het verbaast me hoe blij ik ben met dit pakket. Voorgaande jaren mocht ik iets bestellen via internet of konden we een cadeau uitzoeken op een kerstmarkt. Dat was leuk omdat je altijd thuis kwam met iets dat je lekker of leuk vond, maar dit pakket doet me veel meer. Het gaat niet eens zozeer om de inhoud, maar om het gebaar. De blijk van waardering. 

Er ligt ook een pakje met ansichtkaarten tussen de barritas en crackers. Met vragen erop. Een van de vragen is; ‘Wat wil jij dat anders gaat in 2021′.  Ik zucht en bijt een stuk chocola van de reep. Waar zal ik eens beginnen…

Regenboog op paarse vrijdag

,,Mam, heb je mijn paarse trui al gewassen?” Dochter Pien kijkt me aan terwijl ze een cracker met kaas naar binnen propt. ,,Ja hoor lieverd, hij ligt in de wasmand op onze kamer”, is mijn antwoord. Terwijl ze het laatste stukje van haar cracker eet loopt ze de trap op. Haar paarse trui is een van haar favoriete kledingstukken en die trui moet per se aan vandaag. Het is namelijk paarse vrijdag. De dag waarop jongeren paarse kleding dragen om klasgenoten te laten weten dat ze solidair zijn met jongeren die lesbisch, homo, biseksueel of transgender zijn. En Pien is solidair met die groep. Sterker nog; ze hoort er zelf bij.

Het kwam voor mij niet als een verrassing. Zoiets voel je als moeder aan denk ik. Als ik dacht aan de toekomst zag ik eerder een leuke sportieve vriendin naast haar staan dan een vriendelijke jongeman. Toch had ook Pien het gevoel dat ze op een zeker moment uit de kast moest komen en dat vond ze best wel een dingetje. De kastdeur ging af en toe open. Soms op een kiertje, soms wat verder. Haar 87-jarige oma was een van de laatsten die het nog niet wist en dat voelde niet goed. Toen Pien haar oma vroeg een sjaal te breiden in regenboogkleuren was dat meteen het moment om het te vertellen. De reactie van oma was goud waard: ,,Oh, dat is toch prima? Maakt voor mij niets uit hoor Pien!”

Laten we hopen dat alle jongeren die worstelen met hun geaardheid oma’s hebben die er net zo over denken. Dat ze klasgenoten hebben die ook een paarse trui of paarse sokken aantrekken om te laten weten dat ze solidair zijn. En dat ze ook in een omgeving wonen waar ze geaccepteerd worden om wie ze zijn. 

Om te vieren wie mijn dochter is hang ik vandaag de regenboogvlag uit. Ik heb het altijd een mooi symbool gevonden; alle kleuren op zich zijn prachtig, maar samen zorgen ze voor een waanzinnig mooi natuurverschijnsel. Diversiteit maakt de wereld mooier. Ik kan niet wachten tot de dag dat ik mijn schoondochter ga ontmoeten!

Pislink

Pislink zou ik zijn. Ik zou de afhaalmaaltijden door de zaak smijten of midden op het podium gaan staan en schreeuwen uit frustratie. Het valt na al die maanden toch niet meer uit te leggen? Terwijl grote groepen mensen hutje aan mutje in het vliegtuig stappen, zitten mensen in theater Flint zo ver van elkaar af dat ze hun buurman amper herkennen. Terwijl mensen elkaar in het weekend bijna onder de voet lopen in de Langestraat op zoek naar kleding voor het kerstdiner, zijn de deuren van de restaurants gesloten. 

Bah, bah, bah… Ik werk niet in de horeca en bezit geen theater maar ik ben wel plaatsvervangend boos. Of teleurgesteld. Ik snap dat horecaondernemers uit het hele land het spuugzat zijn en hoe dan ook op 17 januari hun deuren open willen gooien, maar of dat nou zo handig is. 

Ze hebben wel gelijk: het wordt tijd dat we de horeca en de cultuursector nu eens voorrang geven. Om te zorgen dat we na de pandemie überhaupt nog ergens terecht kunnen voor een maaltijd, een biertje  of een mooi toneelstuk.

Dit is het moment om Amersfoort op een positieve manier op de kaart te zetten! Laat de gemeente, horeca en cultuursector om de tafel gaan zitten om per locatie te kijken wat er wél mogelijk is. Als een soort pilot. Daarbij wachten we niet tot 17 januari, maar zorgen we ervoor dat de restaurants al met de kerst open kunnen.  Kleine restaurants kunnen samenwerken met grotere. In de grote zaal van Flint laten we meer dan 30 personen toe en na afloop van een film in de Lieve Vrouw kunnen kleine groepjes bezoekers best een drankje drinken. Kortom; maatwerk.  Op de dagen dat de horeca en het theater open zijn, gooien we de rest van de winkels in de stad dicht en visa versa. Zo wordt de pijn eerlijk verdeeld.

Laten we aan de rest van het land tonen hoe je er samen uit kunt komen zodat Amersfoort een voorbeeld is voor andere steden. Niet door te gaan muiten, maar door intensieve samenwerking krijgen we corona onder controle! 

Geworstel met digitaal vergaderen

,,Je moet je geluid aanzetten!” Ik zie mijn collega zoeken naar het knopje. Even later is duidelijk dat ze het gevonden heeft; ik hoor ik haar en haar hond luid en duidelijk. Een andere collega is ook aanwezig, maar niet te zien en bij een derde collega zie ik alleen het plafond. Tien minuten nadat we hebben afgesproken kunnen we daadwerkelijk beginnen. Het is wat, digitaal vergaderen. 

Je zou verwachten dat ik na negen maanden wel weet hoe Zoom, Teams of Google Meet werkt. Maar overal werkt het weer anders. Bij teams weet ik inmiddels hoe ik een andere achtergrond krijg, maar bij zoom kon ik dat laatst niet vinden en was mijn slaapkamer nog gewoon in beeld. Inmiddels weet ik wel dat mijn onderkin minder zichtbaar is wanneer ik een doos onder mijn laptop zet. Hoe dan ook;  ik ben elke keer weer blij verrast wanneer het mij lukt aan te sluiten bij een digitale bijeenkomst. 

Afgelopen week logde ik in bij een landelijke conferentie. Ik was niet de enige, want vanuit het hele land deden meer dan vierduizend mensen mee. Al snel liep het beeld vast. Dat bleek niet aan de techniek daar, maar aan mijn werk-laptop te liggen.  Gelukkig was ik toch thuis en kon ik via mijn eigen computer inloggen en het programma verder volgen. Na een plenair programma vond ik de deelsessie waarvoor ik me had ingeschreven. Ik zag drie sprekers, maar ik wist niet of zij mij wel of niet zagen. Er werden vragen gesteld waarop het pijnlijk stil bleef, van echte interactie was geen sprake. Digitale bijeenkomsten zullen nooit mijn hobby worden. 

De Stadsdialoog 033 over eenzaamheid heb ik woensdagavond gemist. Het is een onderwerp dat mij echt wel aanspreekt, maar na een dag vol digitaal contact was ik toe aan een fysieke wandeling met een vriendin. Gelukkig kan ik vandaag de dialoog terugkijken zonder dat ik in beeld ben. Een verademing! Hoef ik me niet eerst netjes aan te kleden en kan ik gewoon in mijn neus peuteren als ik dat wil. Lekker relaxt!

Zou hij ook de rekening van zijn oma geplunderd hebben?

Zijn cijferlijst moet wel zeer goed zijn geweest. Misschien was hij wel het slimste jongetje van de klas. Ik ben ook wel benieuwd of zijn oma trots was waneer Mohibullah als kind met zijn rapport bij haar langs kwam. Zou ze hem dan geld hebben gegeven omdat zijn resultaten zo goed waren?

Mohibullah is een van de zes jonge cybercriminelen die het afgelopen anderhalf jaar in totaal bijna 4 miljoen euro hebben gestolen van zo’n 200 oma’s en opa’s uit onze regio. Om dat te kunnen heb je toch iets van verstand nodig. Er werden de gedupeerden codes en rekeningnummers ontfutseld door hen in te laten loggen op nagemaakte websites van banken. Je moet goed kunnen babbelen om de senioren te overtuigen.

Dat weet mijn tante Riet ook, want ook zij kreeg zo’n telefoontje. De aardige jongeman stelde zich voor als een medewerker van haar bank. Hij vertelde dat haar rekening was gehackt en dat het resterende geld veiliggesteld moest worden. Hij wist veel van mijn tante en kwam enorm sympathiek over. Tante Riet kreeg een paniekaanval, want ze had net geld nodig voor een grote aankoop. Terwijl ze de opdracht gaf om het ‘resterende’ geld over te schrijven realiseerde ze zich dat er iets niet klopte, maar toen was het al te laat. Ze was letterlijk en figuurlijk overvallen. Haar schaamte was groot. Want hoewel ze een slimme, pientere tante is, was ze er toch ingetrapt.

Zou Mohibullah geoefend hebben op zijn eigen oma? Ook haar rekening leeggeplunderd hebben met zijn slinkse praatjes? Ik betwijfel het. Zijn oma had verwacht dat hij een mooie carrière zou kunnen opbouwen. Iemand met zoveel kennis en handigheid heeft een gouden toekomst voor zich, dacht ze. Zijn oma schaamt zich vast rot wanneer ze hoort dat Mohibullah voor jaren de cel in moet. Want we mogen toch wel hopen dat hij en zijn mede-oplichters er niet met een lichte straf vanaf komen. Van mij mag hij heel lang zitten. Zonder computer en telefoon op zijn cel. Klootzak!

Jij kunt het verschil maken!

Daar loop ik als 16-jarige scholier voorop in een optocht tegen Kruisraketten. Ik houd een vlag vast met een getekende raket en draag een sjaal met regenboogkleuren. De foto staat in de krant van 6 november 1985. Het was de tijd dat een regenboog louter een mooi natuurverschijnsel was.

De nacht voor het protest had ik niet geslapen. Ik zat in het organiserend comité en was bang dat er niemand op zou komen dagen. Mijn angst bleek ongegrond. Er deden zo’n 750 scholieren mee ondanks het feit dat leerlingen van andere scholen toestemming nodig hadden van hun ouders en er gedreigd werd met straf in verband met spijbelen. Wat was ik trots, opgelucht en blij!

Mijn school was vooruitstrevend. Ik voelde me gezien en gewaardeerd. Mijn stem en die van mijn klasgenoten werd gehoord. Ik hoop dat datzelfde geldt voor leerlingen van het Lodestein College in Amersfoort. Dat zij ook gehoord worden want ik denk dat veel leerlingen van die school toleranter zijn dan hun ouders of schoolleiding.  Dat ze het verschrikkelijk vinden dat er zo’n identiteitsverklaring is ondertekend. 

Zij weten vast wel dat twee van hun klasgenoten behoren tot de LHBT+ groep. Dat die pittige tante uit hun klas op meiden valt of dat het stille meisje achterin liever een jongen was geweest. Hopelijk laten ze hen weten dat ze er niet alleen voor staan. Misschien kunnen ze een regenboogvlag ophangen op school of gewoon tegen hun klasgenoot zeggen dat ze er voor hem of haar zijn. En als dit te spannend is kunnen ze regenboogveters dragen of een regenboogsjaal. 

Het is goed soms uit je comfort-zone te stappen om duidelijk te maken waar je voor staat. Een scholierenstaking is misschien een brug te ver, maar zelf zorgen voor een veilig schoolklimaat kan wel. Samen bereik je meer dan je denkt. Zo had ik niet gedacht dat er echt geen kruisraketten zouden komen in Nederland. Wie weet wordt die identiteitsverklaring uiteindelijk ook wel afgeschaft. Dat zou toch mooi zijn!