Streep eronder, klaar!

Zou het geholpen hebben, die streep door de stad? Al sinds oktober loopt er vanaf de Kamperbinnenpoort een dikke witte streep midden door de Langestraat tot aan de Varkensmarkt. Daarna splitst de streep zich en lopen er lijnen door de Arnhemsestraat en de Utrechtsestraat. 

Hoe zou dat zijn gegaan? Heeft iemand op het stadhuis bedacht dat je met zo’n streep door de winkelstraat de bezoekersstromen beter kan scheiden en zo de kans op corona kan verminderen? Toch gek dat zo’n simpele streep dat kan stimuleren? Een handige en relatief goedkope manier om ons in het gareel te houden!

Ik moet eerlijk toegeven dat die streep me lange tijd niet was opgevallen, maar nu ik hem bewust zie heb ik de neiging om er constant overheen te stappen, als een soort protest. En toen ik laatst ’s avonds op de fiets door de Langestraat reed heb ik geprobeerd om de hele lijn, bijna 500 meter, te volgen zonder er vanaf te wijken. Dat is net niet gelukt, iemand liep te dichtbij.

Wie zou die streep hebben aangelegd en ging dat handmatig of met een machine?  Wat voor verf is er gebruikt want het zit er na acht maanden nog goed op. En de belangrijkste vraag: Kan die streep er ook weer makkelijk af? Ik vind het namelijk heel lelijk, zo’n streep midden door de prachtige binnenstad. 

Aan de andere kant blijft die streep ons ook herinneren aan de coronacrisis. De witte lijn  staat bijna symbool voor de verdeeldheid van het afgelopen jaar. Wappies tegenover schapen. Mensen die dansend en protesterend de stad doortrokken tegenover mensen die ontzettend hun best deden om te zorgen dat het virus in ieder geval niet door hèn werd verspreid. Winkels en restaurants die dicht moesten tegenover supermarkten die waanzinnig draaiden.

Het wordt nu, nu alle maatregelen één voor één weer teruggedraaid worden, wel tijd om die verdeeldheid in Amersfoort weer weg te poetsen. Dus weg met die streep. Ik hoop dat die echt nooit meer terugkomt. Streep eronder. Klaar!

Gemeente, verzin een list!!!

Ik word steeds kwader. Hoe langer ik er over nadenk, hoe bizarder ik het vind. De gemeente Amersfoort gaat de groep mensen met de laagste inkomens korten. Een jaarlijkse toeslag waarmee mensen in de bijstand wat extra’s konden kopen is flink verlaagd en de manier waarop dat gecommuniceerd is verdient ook al geen schoonheidsprijs. Je zult maar elk dubbeltje om moeten draaien en dan in een brief lezen dat je jaarlijkse toeslag ‘iets lager’ wordt terwijl het om een paar honderd euro gaat.  Echt een ongelooflijke misser!

Natuurlijk heb je als gemeente een budget waarmee je rond moet komen, maar de keuze om bezuinigingen bij deze groep te leggen begrijp ik echt niet. Wie verzint dat? De boodschappen zijn duurder geworden, vaste lasten gaan omhoog en ook andere aanvullende potjes verdwijnen.

Deze bezuinigingen komen volgens mij als een boemerang terug. Minder geld betekent vaak ongezonder leven.  Ondertussen zet de gemeente projecten op om ons fitter en gezonder te krijgen. Dat is toch krom? En de stress die leven in armoede oplevert kost op den duur ook meer geld. Daar heb je geen hogere wiskunde voor nodig.

Dus Gemeente Amersfoort; verzin een list! Er moet toch iets op te vinden zijn? Is er geen duur project in Amersfoort dat misschien kan worden afgeblazen? Kan er wellicht een deal  worden gemaakt met een projectontwikkelaar waardoor hij afziet van het bedrag dat hij nog moet krijgen waardoor dat geld kan terugvloeien naar de bijstand? Of valt er niets van de gemeenteraad te verwachten en moeten wij als Amersfoorters zelf in actie komen en een crowdfunding starten onder het motto ‘Amersfoort helpt Amersfoort’?

Tijdens corona was de leus van Amersfoort ‘We doen het samen, op afstand’. Dat van die afstand dat klopt inderdaad: Door deze maatregelen groeit de afstand tussen de arm en rijk in de stad. Maar dat ‘we doen het samen’ slaat nergens op. Wij laten een groep Amersfoorters in de stront zakken! Ik vind dat niet te verteren.

Eén streepje!


Heeft ze nou een zwangerschapstest gedaan? Mijn hart slaat even op hol. Dochter Pien zit met tranen in haar ogen aan tafel. In haar handen een langwerpig plastic tester. Het lijkt op de zwangerschapstest die ik zelf zo’n 18 jaar geleden gebruikte en die de komst van Pien aankondigde. Ik huilde destijds van blijdschap, maar Piens tranen kan ik niet meteen plaatsen.

Dan pas zie ik dat er een doosje naast haar staat. Biosynex staat er op. Langzaam valt het kwartje en gaat mijn hartslag weer wat omlaag. De corona zelftests zijn binnen en Pien heeft er meteen maar eentje uitgeprobeerd. De tranen komen door het stokje dat ze net uit haar neus heeft gehaald.  

Dit zijn de tests waarover we een mail hadden gekregen van school. Elke maand krijgt Pien, net als al haar studiegenoten, acht van die doosjes. Het is de bedoeling dat ze twee keer per week zo’n test doet en bij een positieve uitslag thuisblijft. Mijn dochter had al aangekondigd de tests zeker te gebruiken. Ze loopt stage op een basisschool en ze wil haar stage-begeleidster of de kinderen niet besmetten met het virus. Die tranende ogen neemt ze voor lief.

Pien kijkt op haar horloge. ,,Nog een paar minuten, dan krijg ik de uitslag.” Ze pakt het papier er nog eens bij. ,,Misschien had ik eerst de gebruiksaanwijzing even goed door moeten lezen want ik zie nu pas dat ik eigenlijk mijn handen had moeten wassen en mijn neus had moeten snuiten.” Het is een gebruiksaanwijzing met veel tekst en kleine lettertje. Gelukkig staan er ook foto’s bij.

Ik ben benieuwd hoeveel jongeren daadwerkelijk aan de slag gaan met deze tests. De tests zijn niet verplicht en de resultaten mogen niet worden vastgelegd. Dat in combinatie met pubers…  Ondertussen zijn er slimme ondernemers die binnenlopen op deze testen. Die lachen zich rot om de grote order die ze hebben gekregen. 

Ineens hoor ik ,,één streepje!”  Pien klinkt opgelucht, ze heeft geen corona. En zwanger is ze ook niet!

Misschien toch niet eerlijk…

Ik geef het toe. Ik vond dat ze nogal overdreven reageerden, die mensen die vlakbij het zwembad Liendert woonden. Op die plek zou na het sluiten van het bad een woontoren komen en omwonenden gaven een paar jaar geleden al aan dat ze bang waren voor schaduw en verkeersoverlast. De bewoners verenigden zich in ‘Bezorgd Liendert’ en trokken bij de gemeente aan de bel. 

Destijds vond ik het een beetje flauw. Natuurlijk wil niemand een grote woontoren in zijn achtertuin, maar kom op zeg; de woningnood is hoog in onze stad en dat betekent een beetje geven en nemen. Zelf wil ik ook graag dat onze zoon Teun en dochter Pien later een huis kunnen huren in onze stad. En zo zijn er meer ouders die niet kunnen wachten tot hun kinderen het huis uit kunnen.  

Inmiddels begin ik de vereniging Bezorgd Liendert te begrijpen. Het gaat allang niet meer alleen om een toren op de plek van het zwembad. In de hele wijk zijn meerdere woontorens gepland. En ook nog eens flink hoog. Waarom zo’n concentratie hoge gebouwen in een wijk als Liendert, waar de mensen sowieso al dicht op elkaar wonen? Waarom niet kijken naar mogelijkheden in wijken met meer ruimte?

Bezorgd Liendert roept bewoners op om morgen te protesteren. Door het actiecomité wordt er drop uitgedeeld met de tekst; stop met proppen. Er is geflyerd en ook is er veel aandacht via de media. Of het nog zin heeft? Ik betwijfel het want volgens mij zijn de plannen al in een vergevorderd stadium. Maar het is goed dat duidelijk wordt dat de verhoudingen compleet zoek zijn. Dat moet de gemeente nu toch ook inzien? Waarom niet een paar woontorens in een wijk als het Bergkwartier, Vathorst of aan de rand van Elisabeth Groen? 

Alle Amersfoorters zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen. Dat is het gevoel dat ik krijg.  En dat terwijl je van de gemeente toch mag verwachten dat ze zich inzet voor àl haar inwoners; of je nu in een flat in Liendert woont of in een villa in het Bergkwartier. 

Oogappels, een feest der herkenning!

,,Oh, dat is in de Observant”, roep ik enthousiast terwijl ik met man en dochter Pien op de bank zit. We kijken naar onze favoriete serie ‘Oogappels’,  een Nederlandse serie over gezinnen met pubers. De opnames zijn voornamelijk  gemaakt in Amersfoort. Zo kwamen eerder ook al het Oliemolenhof en het Ketelhuis voorbij. Ik vind het leuk om er achter te komen op welke locatie een scene zich afspeelt. Waar de verschillende woonhuizen staan weet ik niet, maar de wijk Kruiskamp is volgens mij nog niet vertegenwoordigd in de serie.

Heb je het over Oogappels, dan heb je het over prachtige verhaallijnen, scherpe dialogen en waanzinnige acteurs. Zelf ben ik fan van het personage Merel, gespeeld door Malou Gorter. Ze is geen familie maar haar liefde voor witte wijn is mij niet vreemd. Ze worstelt net als ik met haar leeftijd en haar boosheid eerder deze serie omdat ze minder bleek te verdienen dan haar mannelijke collega’s snap ik ook. Verder ben ik dol op Chris. Die krullenbol met het oogpotlood, die geheel zijn eigen gang gaat. Hij geeft kleur aan het leven en is wars is van de mening van anderen. Willen we allemaal niet zijn zoals hij?

De situaties binnen de gezinnen zijn herkenbaar. Zo hebben mijn man en ik ook wel eens gedroomd van het runnen van een camping in Frankrijk, hebben wij onze zoon Teun ook wel eens betrapt op blowen en kijk ik soms ook met gemengde gevoelens naar de berichten in onze straatapp.Het ene moment lachen we om een grappige scene, het volgende moment schuurt het en worden we geconfronteerd met onze eigen onhebbelijkheden.  

Al drie jaar volgen we de levens van de gezinnen en hun pubers en zien we hen ook ouder worden en groeien. Woensdag is het laatste deel van dit seizoen, maar ik ben blij dat we nog een jaartje  mee mogen lopen. Als de makers nog een rijtjeshuis zoeken in de wijk Kruiskamp zijn ze van harte welkom om hier opnames te maken. Zet ik de witte wijn koud. Ik heb nog wel een paar dozen staan. 

Niet lullen maar poetsen…

,,Als wethouder moet je veel in de stad zijn om gevoel te krijgen voor wat er in de samenleving speelt”. Hij zei het zelf, onze nieuwe VVD-wethouder Roald van der Linde. Gelijk heeft hij. Het duurt wel even voordat je een stad en haar bewoners echt goed leert kennen. Zelf woon ik ruim twintig jaar in Amersfoort en inmiddels kan ik zeggen dat ik hart heb voor de stad en dat Amersfoort in mijn vezels zit, maar dat kostte me wel een paar jaar.

Deze wethouder  gaat het in een paar maanden proberen. Ik vind het knap. Helemaal wanneer je een stad wil leren kennen door heen en weer te pendelen vanuit Rotterdam. Hier komen wonen voor die paar maanden is natuurlijk de moeite niet. 

Zelf heb ik ook in Rotterdam gewoond, een stad die niet te vergelijken is met Amersfoort. ‘Niet lullen maar poetsen’ en ‘handen uit de mouwen’,  daar staan Rotterdammers om bekend. Aanpakken zal hij wel moeten, onze nieuwe wethouder. 

Van der Linde werd door de VVD naar voren geschoven nog voordat er in de raad besproken kon worden of er überhaupt nog wel een wethouder terug moest komen. Volgend jaar zijn immers alweer gemeenteraadsverkiezingen. Het is bizar dat een stad met de omvang van Amersfoort zeven wethouders heeft. Maar goed, Hans Buijtelaar heeft  veel werk achtergelaten, dus wellicht is een plaatsvervangend wethouder wel nodig. 

Toch verbaast het me dat er niemand in Amersfoort te vinden is die de stad kent, op de hoogte is van de dossiers en die genoeg capaciteiten heeft om Hans Buijtelaar op te volgen. Iemand die -in tegenstelling tot van der Linde-  wel ervaring heeft in de gemeentelijke politiek.  

Ik denk dat met Roald van der Linde een paard van Troje is binnengehaald. Iemand die niet alleen als persoon de stad binnendringt, maar die zijn hele netwerk en financiering meebrengt. Een frisse blik op de impasse omtrent de rondweg? Ik betwijfel het. Oog voor varianten? Ik moet het nog zien. Geen woorden maar daden. Die rondweg komt er. Wat ik je brom.

Gemeente, plaats die bomen gewoon!

Hè? Waar is het boompje gebleven dat Extinction Rebellion Amersfoort had geplaatst bij de Koppelpoort? Ik zie  enkel wat losliggende tegels op de plek waar zondag nog een wilgenboompje stond met de tekst: ‘Laten we bomen planten in plaats van kappen. Doen jullie mee? ‘ Ook op twee andere plekken waren boompjes geplant.

Wie o wie heeft het boompje weggehaald? Was het wethouder Kraanen die nog wel wat ruimte over had in zijn tuin? Hij had immers gereageerd: ‘als ze het al overleven, wat ik zeer betwijfel, dan zullen we er goed voor zorgen.’  Kraanen adviseerde daarnaast een cursus bomenplanten. Goede tip! Ik hoop dat de duizend Amersfoorters die eind vorig jaar een gratis boompje kregen van de gemeente ook zo’n cursus hebben gehad zodat de boompjes niet bij het tuinafval terecht zijn gekomen door gebrek aan kennis. 

De activisten vinden dat de gemeente Amersfoort te weinig doet aan een duurzame toekomst. Dat begrijp ik wanneer ze het hebben over de bomenkap die al gedaan is voor de aanleg van de westelijke rondweg. Maar om te zeggen dat de gemeente weinig aan duurzaamheid doet is wel wat kort door de bocht. Denk maar aan de projecten als ‘operatie Steenbreek’ en de regenwatercoaches die worden ingezet. En vergeet niet de poging van de gemeente om binnen een paar jaar vierduizend bomen te planten door de hele stad. Prima actie, na jarenlang bezuinigd te hebben op groen.

Maar waar ik me zelf nogal over verbaas zijn die idiote palen met daaraan een briefje waarop staat dat er op die plek een boom geplant gaat worden. Waarom gemeente? Waarom? Om aan te geven hoe goed je bezig bent? Het ziet er niet uit en ik vind het borstklopperij. En wat wordt er gedaan met die vierduizend geplastificeerde kaartjes en die palen die overblijven nadat er daadwerkelijke en nieuwe boom is geplaatst? Kom op. Plaats die bomen gewoon! Die schouderklop komt wel weer wanneer we ooit weer groenste stad zijn van Europa. Of duurzaamste. 

Sorry is geen toverwoord!

,,Ik weet het echt niet”, zei mijn destijds negenjarige dochter Pien. Ik was chocoladereepjes kwijt en vroeg of zij wist waar ze lagen. Ik geloofde haar op haar mooie blauwe ogen en liet het onderwerp rusten. Toen ik een paar dagen later de wikkels van de chocola in haar schooltas vond heb ik Pien bij me geroepen. Mijn boodschap was duidelijk: ik vond het erger dat ze recht in mijn gezicht loog, dan dat ze die reepjes had opgegeten. Met een waterval aan tranen en veel snot betuigde ze haar spijt. Ze zal dit voorval nooit meer vergeten.

Ik denk dat er gradaties zijn in liegen. Je hebt ‘een leugentje om bestwil’. Daar maakt bijna iedereen zich weleens schuldig aan. Je hebt ‘dingen verzwijgen’ omdat je hoopt dat de ander er niet achter komt. Daar zijn sommige mensen ook heel goed in. En je hebt glashard in iemands gezicht liegen. Dat is volgens mij voorbehouden aan een kleine groep mensen. Tenminste…dat mag je hopen.

Sommige politici blijken van alle markten thuis. Niet alleen in de landelijke politiek, maar ook in de Amersfoortse. Ik hoef alleen maar te denken aan de perikelen rondom de Westelijke Rondweg of het geschil met projectontwikkelaar Vahstal. Daarom ben ik ook heel blij dat de gemeenteraad van Amersfoort bij de zaak Vahstal de regie naar zich toe lijkt te trekken. De tijd dat de gemeenteraad de verantwoordelijk wethouders nog op hun mooie blauwe ogen gelooft, lijkt voorbij. Hopelijk is dit geen eenmalige actie. 

Is achterhouden van informatie liegen? In de politiek vind ik dat wel. En achteraf ‘sorry’ zeggen vind ik te makkelijk. Op de school van Pien werd ook geleerd om ‘sorry’ te zeggen. Als je vervelend was tegen een ander kind moest je daarna spijt betuigen. Maar toen een jongen een klasgenoot een stomp gaf en meteen daarna sorry zei en dit meerdere keren herhaalde sprak de juf de onvergetelijke woorden: “Sorry is geen toverwoord”. En zo is het. Knoop dat in je oren politici! En lieg niet!

Alles raakt op…

 De kleren in mijn kast, mijn geduld, mijn hoop. Alles lijkt wel op te gaan.  In mijn la liggen steeds meer sokken met gaten, mijn ondergoed gaat lubberen en eigenlijk wil ik graag nieuwe gympen. Natuurlijk kan ik alles wat ik nodig heb digitaal bestellen maar dat wil ik niet. Ik denk namelijk al weken dat het niet lang meer zal duren voordat we weer gewoon naar een winkel kunnen. Zonder te reserveren naar binnen gaan, verschillende producten door je handen laten glijden en dan ter plekke kiezen. Dat wat we vroeger zo gewoon vonden. Maar nee. Zover is het nog niet.

Ik voel me een beetje een zeurend kind, maar ik merk dat ik het steeds moeilijker vind om positief te blijven. Misschien komt dat ook wel omdat de stip aan de horizon steeds kleiner lijkt te worden in plaats van groter. Hoewel ik meestal positief in het leven sta begint mijn geduld zo langzamerhand echt op te raken.

In mijn hoofd zwabberen de gedachten net zoals het beleid van de overheid. Hugo’s gewauwel over dat we voor de zomer allemaal onze eerste vaccinatie hebben gekregen; ik geloof er niet meer in. Pas wanneer dat ding in mijn arm wordt gezet haal ik opgelucht adem. Eerder reken ik me niet rijk.

Terwijl er mensen als proef op vakantie gaan durf ik niet eens meer te dénken aan een plekje op een camping, met een kabbelend beekje voor de tent. Terwijl er experimenten gehouden gaan worden met duizenden feestvierders zie ik mezelf deze zomer nog niet eens met een paar vriendinnen op een terrasje zitten. Ik ben zelfs bang dat we over tien jaar zeggen: ,,weet je nog… in het voorjaar van 2021 dachten we dat we er al bijna waren.” Mijn hoop op een normaal leven lijkt inmiddels wel verdwenen. 

Ondertussen probeer ik maar ‘gewoon’ door te leven en houd ik me vast aan de dagelijkse dingen. Ik probeer mijn hoofd uit te schakelen en even helemaal niets te vinden. Misschien is dat wel een goed idee; even niets vinden. Hoef ik ook niet naar antwoorden te zoeken.

Het is toch je eigen zooi!

,,Hé, je laat wat vallen!”  Voor me fietst een groep jongeren en een van hen gooit de lege verpakking van zijn frisdrank gewoon van zich af. Hij kijkt verstoort achterom. Ik stap van mijn fiets af en stop het flesje in mijn fietstas. Ik erger me groen en geel. Ondertussen voel ik me ook wel een beetje een ‘schooljuf’ met mijn belerende toontje. Waar gaat het toch mis? Hoe komt het dat we het idee hebben dat we ons eigen afval gewoon overal en nergens kunnen dumpen en dat een ander het wel op zal ruimen?

De gemeente kent het probleem. Het gaat niet alleen om zwerfafval. Ook het dumpen van grof vuil bij de bovengrondse vuilnisbakken loopt de spuigaten uit. Amersfoort heeft al verschillende proeven uitgevoerd maar het lijkt een gevecht tegen de bierkaai. Als één persoon een oude stoel naast zo’n container zet, plaatsen binnen de kortste tijd ook anderen hun afval erbij. Voor je het weet moet er een flinke vrachtwagen aan te pas komen om alle zooi weer op te halen. Een telefoontje naar de ROVA lijkt teveel moeite.  ‘Pleur het maar neer, de gemeente ruimt het toch wel op.’

Zelf ben ik opgevoed met het idee dat ik zelfs het kleinste snippertje afval niet op straat mocht gooien. Als er per ongeluk een papiertje uit mijn jaszak dwarrelde tijdens een fietstocht voelde ik me al schuldig. Maar dat heeft er wel voor gezorgd dat ik mijn afval opruim. Op het fanatieke af.  

Ook ik vind het onhandig dat ik met een pasje de vuilcontainer moet openen en dat ik verplicht ben om naar een aangewezen container te gaan. Alle containers zouden gewoon open moeten kunnen zonder pasje. Maar hoe goed de gemeente het ook regelt; de oplossing begint bij onszelf. Gewoon wat extra moeite doen om te zorgen dat je afval goed kan worden verwerkt. Het is verdorie onze eigen zooi! Neem dan ook je eigen verantwoordelijkheid. En geef het door aan je kinderen zodat zij niet hun plastic flesjes droppen op straat. Iets met jeugd, toekomst en opvoeden.