Het grote loslaten….

IMG_4862Het is stil op de weg. De klok op het dashboard geeft 0.54 aan. Nog één rotonde en ik ben bij het Vathorst College. Terwijl ik de bocht neem zie ik de contouren van drie mensen. Mijn zoon Pim zit naast zijn tas, zijn blonde haar valt op in het donker. Naast hem staat een volwassene. Verderop staat nog iemand tegen de muur geleund, zijn houding straalt ergernis uit. Ik stop de auto en stap uit. Eigenlijk moet ik wel lachen; Pim is de allerlaatste die wordt opgehaald. De andere leerlingen zijn al weg. Het verbaast me niets.

Twee dagen was hij met zijn klasgenoten naar Parijs geweest en de leerlingen zouden hun ouders bellen op het moment dat de rit nog ongeveer een half uur zou duren. Ik zat vanaf elf uur klaar. Even na half één belde Pim; ,,Mam, ik sta al op school. Mijn telefoon was niet opgeladen en ik had je nummer niet. ”. Typisch Pim. Ik ben meteen in de auto gestapt en hier sta ik dan. Super dat Luuk, één van de docenten, is blijven wachten. Net als de conciërge van school. Ik ben blij dat Pim er niet alleen stond. Dat ik een beetje baal van het feit dat ze op Pim hebben moeten wachten moet ik loslaten.

Over loslaten gesproken; het is me best goed gelukt. Terwijl Pim zijn tas aan het inpakken was heb ik me stil gehouden. Ik had honderdduizend adviezen willen geven maar heb alleen gezegd dat hij op zijn portemonnee moest letten. En het was vooral meneer Enzofoort die zich de afgelopen dagen hardop afvroeg hoe het met Pim zou zijn. Nu zit mijn zoon naast me in de auto, midden in de nacht. Vol verhalen over hoe leuk het is geweest. ,,Ik vond die kerk op de berg echt heel mooi en er was ook een lange glijbaan maar daar hadden we een kaartje voor moeten kopen beneden.” Ik begrijp niet alles van zijn verhaal maar ben blij dat hij zo enthousiast is.

Trots kijk ik naast me. Dertien jaar inmiddels. Hij groeit op, ik word wijzer. Hij zoekt zijn eigen weg, ik laat hem los. Hij gaat zijn gang, ik probeer hem op koers te houden. Al dertien jaar werk ik hard aan mezelf om hem los te laten. Van de eerste keer alleen naar de speeltuin tot nu twee dagen naar Parijs. En dit is nog maar het begin. Het is stil op de weg. Pim  kletst honderduit.

Advertenties

Bokketrap 2014

 “Wat is dat nou voor rare actie… nooit wil je fietsen, en nu je een tocht kunt maken langs kroegen ben je ineens wel actief. En dan moeten de kinderen ook nog eens mee….” Dit was mijn reactie twee jaar geleden toen Marcoen met Pim en Puck de “Bokketrap” ging fietsen. Ik weet nog dat ik flink pissig was omdat ik het echt heel stom vond. Hoe vaak had ik niet voorgesteld om eens met het hele gezin een stukje te fietsen? De reacties waren steevast zo ‘lauw’ dat ik het er maar bij liet zitten. En nu…. nu was meneer wel ineens enthousiast. Grrrr….  De kinderen werden meegesleept en Puck werd halverwege naar huis gebracht omdat de ruim 30 km toch wel een beetje veel was voor Puck op haar kinderfiets. Het jaar daarop deden Marcoen en Pim weer mee, maar ik bleef uit koppigheid thuis. Stom vond ik het. Heel stom!

Dit jaar liet ik mijn koppigheid varen; het leek me namelijk wel een leuke manier om de Eerste Paasdag door te komen. Ik heb namelijk weinig met Pasen en om nu thuis naar een paar eieren te gaan zitten staren…daar had ik geen zin in. Verder wilde ik wel graag iets met zijn vieren ondernemen en nu Puck een ‘volwassen’ fiets had was het voor haar ook makkelijker te behappen.

Na het ontbijt begonnen we bij ‘de Vereeniging’ bij de Eemhaven, daar werden de vlaggetjes aan onze fiets gemonteerd. Verder fietsten we langs Biercafé Zomaar, Café de Dikke, Jackson5 in Stoutenburg, Eetcafé Dims en de Nieuwe Erven. Overal namen we een drankje en kregen we een hapje. Wat grappig was, na een paar lokaties herkende je steeds meer medefietsers en werd de sfeer steeds losser. Dat kwam waarschijnlijk ook wel door de Bokbiertjes. Het was echt een flinke tijd geleden dat ik aan het bier zat, maar zo in combinatie met de fietstocht was het erg lekker.

Afbeelding

Ik denk dat een familie-traditie geboren is. Voor de komende ‘Bokketrappen’ heb ik wel een goed voornemen; niet zomaar achter iemand anders met vlaggetjes aanfietsen. Gewoon zelf goed de routebeschrijving lezen. Scheelt toch een paar kilometers.

Trots, blij & gelukkig

 

Trots, blij en gelukkig. Dat zijn de woorden die het beste passen bij het gevoel dat ik vanmiddag had. Trots op het feit dat ik al zo’n grote dochter en zo’n stoere zoon heb. Blij omdat ze zonder mopperen de bijna dertig kilometer hebben meegefietst. En gelukkig omdat we vandaag een feestje hadden in een hele grote zandbak; de Soesterduinen. Een vriendin vierde daar haar zevenenveertigste verjaardag en wij waren ook uitgenodigd. Met wat flessen wijn, bier, worstjes en zoutjes fietsten we richting het feestje. De heenweg was een stuk langer dan de terugweg. Oftewel, op de heenweg raakten we een beetje van het padje af; we zaten ineens bij vliegbasis Soesterberg. Lang leve de routeplanner op het mobieltje dat ons uiteindelijk naar de afgesproken lokatie bracht. Bij de duinen aangekomen moesten we nog even goed kijken bij welke slingers onze jarige job zat, maar toen we ze eenmaal gevonden hadden konden we genieten van mooie gesprekken, heerlijk weer en lekkere hapjes. De kinderen vermaakten zich prima en ook Marcoen en ik hadden het naar ons zin. Toen we een paar uur later weer terug reden realiseerde ik me weer eens hoe rijk ik ben. Sinds Puck een fiets heeft die even hoog is als de mijne is het net alsof we in een nieuwe fase zijn beland; de gesprekken worden anders, het hele kinderlijke is aan het verdwijnen. Verderop wapperen de haren van Pim en Marcoen, ook zij zijn in gesprek. We fietsen met zijn vieren stevig door. Wat is dit een heerlijke dag!

Afbeelding

Lange haren, lange tenen

Afbeelding

“Heb je brood bij je?”, vraag ik aan Pim terwijl ik op de klok kijk. Hij knikt bevestigend. “Dan nog even je haren kammen”, voeg ik er aan toe. Pim kijkt me aan en zegt; “Geen tijd meer voor”. Hij pakt zijn rugzak en wil weglopen.

“Kom op Pim, zo lang duurt dat niet en er zit nog een vogelnestje in”. Mijn irritatie neemt toe. Marcoen was vanochtend al vroeg weg en ik was dus ‘in charge’ . Voor mijn gevoel ben ik de hele ochtend al bezig om de kinderen op tijd de deur uit te krijgen. “Kom Pim, neem een boterham”. “Puck, heb je je gymspullen?”. “Ik weet niet waar je fietssleutel is”. En ga zo maar door. ’s Ochtends ben ik nooit op mijn best en het kost me dan ook veel moeite om mijn ochtendhumeur te negeren en normaal te reageren.

“Doei mam”, zegt Pim en hij loopt naar buiten richting zijn fiets. Ik kijk op de klok, het is even voor half negen. Natuurlijk begrijp ik wel dat hij op tijd op het hoekje wil zijn om vandaaruit met zijn klasgenoot Guus naar school te fietsen, maar hoe lang duurt dat nou…je haar kammen. Ik loop hardop mopperend naar het toilet en sta even later in de badkamer mijn tanden te poetsen. Ineens staat Pim voor mijn neus; “Ik heb aan Guus gevraagd of hij nog even wacht, dan kan ik mijn haar kammen”. Mijn mond valt open van verbazing. Heeft het dan toch zin wat ik zeg? Ik hap nog even naar adem. “Fijn!” zeg ik. Pim kamt zijn haar. Vlak voordat hij de deur weer achter zich dicht trekt zegt hij: “Vandaag komt de schoolfotograaf!”

 

Nieuwe Fase

Afbeelding

‘Dag Lieverd, veel plezier’. Ik geef Pim een kus en kijk hoe hij naar zijn fiets loopt. Rugzak om, lange haren, lichte tred. Vandaag gaat hij voor het eerst naar de middelbare school. Uit alle scholen uit de regio koos hij het Vathorst College, een school met veel aandacht voor theater en muziek. Een school waar de klassen niet langs de docenten gaan, maar waar de docenten naar de klas toe komen. Een school waar gelijkwaardigheid en eigen verantwoordelijkheid hoog in het vaandel staan. Ik hoop dat het een school is die bij Pim past.

Het brengt me terug naar mijn eigen middelbare school; Het ‘Jan Brugman College’ in Bolsward. Later werd het de ‘Titus Brandsma Scholengemeenschap”.  Toen ik in de zesde klas van de lagere school zat had ik volgens mij de keuze uit twee of drie middelbare scholen. Het Jan Brugman College stond bijna naast de lagere school en een groot deel van mijn klas ging er naar toe.

Van mijn eerste dag op de middelbare school weet ik niets meer, maar als ik denk aan al die jaren die ik er heb doorgebracht is er maar één conclusie; het was een prachtige tijd. Eerst Havo en daarna VWO. Een paar namen van docenten: Zwamborn (tekenles) Prins (Biologie) De Haas (Aardrijkskunde) Goslinga (Frans?) Beunders (Wiskunde), Wendel (Frans), V.d. Wouw (Gym) Bomhof (Duits) Roobeek (Duits) Gerritsma (conciërge) en mijn leraren Nederlands: Van der Brink & Van Limpt. Nu is de naam van één van mijn favoriete leraren me ontschoten; hij gaf scheikunde. Leuke leraar, vreselijk vak. Ook hadden we ooit een leraar Engels die bij de Bagwan zat en die we mochten aanspreken als “Swami deha Sambavo”.

Verder herinner ik me vooral dingen als: de jaarlijkse cabaretvoorstellingen, het meedoen aan een school-cabaret-wedstrijd in Den Haag, muziek- en poëzie-avonden, het maken van de schoolkrant en het organiseren van een optocht tegen kruisraketten; daar deden uiteindelijk heel veel mensen aan mee. Ook hebben we ooit bij de KRO opgetreden met de schoolband “De Brinky Gang”, genoemd naar één van onze favoriete leraren. We wonnen de tweede prijs en kwamen met het nummer “Proud Mary” op de radio. Ik hoop dat Pim over een jaar of vijf, zes ook kan terugkijken op een fijne middelbare schoolperiode. Een periode waarin hij zichzelf gaat leren kennen, zichzelf zal tegenkomen en een periode waarin hij al paar stappen zet richting volwassenheid.

Afbeelding

Schot in de Roos

Boogschietles, dat was iets dat Pim al wilde vanaf zijn achtste levensjaar. Hij zag in zichzelf een ware Robin Hood en dacht dat hij talent had voor deze tak van sport. Door de boeken uit de serie “De Grijze Jager” van John Flanagan werd zijn interesse voor het boogschieten steeds groter en vorig jaar kocht hij van zijn verjaardagsgeld een boog met pijlen. Door die boog en de mantel die oma voor hem had gemaakt kon hij helemaal opgaan in zijn fantasie-wereld en was hij een van de beste jagers van Amersfoort.

Zaterdag kon hij zijn krachten en kunde meten met zijn vrienden. Want voor zijn twaalfde verjaardag mocht hij met zijn oud-klasgenoten naar de boogschietvereniging “Centaur” in Amersfoort. Ze mochten zo’n anderhalf uur schieten met prachtige pijlen en een professionele boog. Om hun arm een leren beschermband, om de vingers een leertje tegen de blaren. Gedisciplineerd deden ze mee; na 1x fluiten door de trainer mocht er geschoten worden, floot hij 2x dan mochten ze de pijlen halen. Rennen was verboden, want boogschieten is een serieuze zaak.

Afbeelding 

Ook Marcoen, Puck en ik mochten meedoen. Puck schoot twee pijlen in het dak, Marcoen en ik schoten beide een keer in de roos. Pim en zijn vrienden genoten, net als wij…

Hierna hebben we een uurtje in het park doorgebracht en uiteindelijk werd de middag afgesloten met patat. Niet uit borden, maar gewoon in hopen op de tafel geleegd. (Wel eerst even kranten en een papieren tafelkleed erop) Mayonaise erbij en eten maar. Geen afwas, gewoon het papieren kleed inelkaar proppen en weggooien. Een kind kan de was doen. De jongens vonden het geweldig!

Afbeelding 

 

David en Goliath

Ik zie Marcoen zoeken in zijn jasje. ‘Dat meent hij toch niet’, denk ik nog even, maar aan zijn gezicht te zien is het toch echt waar. Hij komt dichterbij en vraagt of ik zijn iPhone heb. Nee. Wel de tas met de rest van onze spullen, maar zijn iPhone niet. Even slaat bij ons de paniek toe, want zou de iPhone ooit nog teruggevonden worden, en in welke staat…

Marcoen is hem namelijk niet ‘gewoon’ kwijtgeraakt. Nee, het mobieltje zat in zijn jasje toen hij…. in ‘de Goliath’ stapte, de snelste, hoogste en langste achtbaan van de Benelux. We zijn ter ere van Pim zijn verjaardag in Walibi; de laatste vakantiedag willen we met zijn vieren vieren. 

Een flinke zucht ontsnapt uit mijn mond. Ik wil Marcoen allerlei verwijten maken, want hoe kun je nu…. maar het heeft zo weinig nut. We gaan naar de informatie-balie en Marcoen vertelt wat er is gebeurd. De dame achter de balie is zo aardig om Marcoen gebruik te laten maken van haar computer zodat we via ‘findmyphone’ de iPhone kunnen traceren. We kunnen zien dat hij onder de ‘Goliath’ op de rand ligt bij een vijver. Of hij in of naast het water ligt is onduidelijk. ‘We kunnen pas na sluiting van de achtbaan gaan zoeken’, zegt het behulpzame meisje achter de balie. ‘Dat betekent dat u hier dan kunt wachten terwijl mijn collega’s zoeken want u mag niet zelf rondlopen in dat gebied’. Met een afdrukje van het computerscherm lopen we terug naar de atractie en geven daar het papier af, met onze telefoonnummers erbij.

We besluiten de rest van de middag nog maar te genieten en het lukt me wonderwel om het telefoon-debacle uit mijn hoofd te zetten. In het ergste geval in Marcoen zijn mobiel kwijt. Vervelend, maar er zijn ergere dingen in een mensenleven.

Om zes uur sloten de atracties en vanaf dat moment zaten we te wachten. We zagen hoe de bezoekers naar buiten gingen, de medewerkers de laatste rommel opruimden en de security-mensen nog rondgingen om te kijken of er niemand achterbleef. Uiteindelijk kwam de vriendelijke dame van de informatiebalie naar ons toe: ‘Mijn collega’s hebben een iPhone gevonden en ze vertelden dat de telefoon al een paar keer gebeld is door Nienke.’ Dat kon kloppen, want om de zoekers te helpen had ik regelmatig Marcoens nummer ingetoetst. De medewerksters die aan het zoeken waren hoorden de telefoon rinkelen en konden hem zo makkelijk vinden.

Even later gaven ze de iPhone aan Marcoen. Ongeschonden! Bijna een wonder, want het toestel moet heel wat meters door de lucht zijn geslingerd voor het in het gras onder de achtbaan terecht is gekomen. Misschien moeten we de iPhone voortaan David noemen. Tenslotte heeft het toestel ‘Goliath’ min of meer verslagen…..

Afbeelding